Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

De gouverneurs van de Nederlandse Antillen sinds 1815

Gert Oostindie (red.)

Auteur : Federico Besamusca
Land : Curaçao

De gouverneurs van de Nederlandse Antillen sinds 1815

Op 10 oktober vorig jaar is er wat betreft de Nederlandse Antillen een tijdperk afgesloten. Het fictieve land, ooit bedacht in de burelen van ijverige Haagse ambtenaren, bestaat niet meer. In het kader van de opheffing en ter nagedachtenis aan de Nederlandse Antillen verscheen De Gouverneurs van de Nederlandse Antillen sinds 1815.
Onder redactie van Gert Oostindie schetsen vier historici een beeld van de dertig mannen die vanaf 1815 tot 2010 de functie hebben bekleed van gouverneur. Iedere levensbeschrijving opent met een schilderij van de gouverneur in kwestie, waarna in zo’n vier á vijf pagina’s een korte biografische schets volgt, aangevuld met enkele wapenfeiten, smeuïge anekdotes en een analyse van zijn functioneren. Het boek sluit af met een hoofdstuk van kunsthistorica Renske van der Zee, waarin ze uitleg geeft over de schilderijen, de gebruikte schildertechnieken en de portretschilder.

Strikt genomen dekt de titel de lading van het werk niet helemaal. De gouverneur had niet altijd zeggenschap over alle zes de eilanden, de hoogste bestuurder droeg niet altijd de titel ‘gouverneur’ en de naam ‘Nederlandse Antillen’ bestaat pas sinds 1948. De titel veronderstelt bovendien dat er verslag wordt gedaan van het optreden van de gouverneur in de hele Nederlandse Antillen. De schrijvers beperken zich echter tot het gouverneursoptreden te Curaçao. Deze beperking heeft als voordeel dat ze een schat aan ‘vergeten’ details en wetenswaardigheden over dit eiland oplevert. Wie herinnert zich nog de affaire Sassen of het Chinezenconflict? Ook wordt duidelijk dat veel van de prestatutaire bestuurders de functie van gouverneur beneden hun waardigheid achtten en pas instemden met hun benoeming nadat hen aanzienlijke promoties in het vooruitzicht werden gesteld.

De Gouverneurs van de Nederlandse Antillen sinds 1815 toont de gouverneurs zoals ze zijn. Achter een façade van familiewapens, waardigheid en uiterlijk vertoon gaan dertig ‘doodgewone’ mannen schuil, die ieder op eigen wijze invulling geven aan de functie. Van marionetten die slaafs de bevelen uit Den Haag opvolgen en blind zijn voor de lokale omstandigheden, tot heren die door hun verbondenheid met het Antilliaanse patriciaat een lossere interpretatie geven aan het door Nederland uitgestippelde beleid. Dit spanningsveld tussen Nederlandse en Antilliaanse belangen weten de auteurs fraai onder woorden te brengen en komt duidelijk naar voren in de gecompliceerde relatie met buurland Venezuela.

Een punt van kritiek betreft het taalgebruik. Het lijkt alsof Oostindie zijn schrijversgilde de opdracht heeft gegeven om wat woordkeus betreft niet af te wijken van het bronmateriaal. Vergeleken met de vlotte stijl waarin de inleiding en het laatste hoofdstuk van Van Der Zee zijn geschreven, klinken de tussenliggende hoofdstukken soms hopeloos verouderd. Ter illustratie: “Zo kon deze krachtig optredende en helder denkende bestuurder zijn niet geringe kwaliteiten in Nederland nog voor de West ten nutte maken.” Mij klinkt dit vooroorlogs in de oren.
Daarnaast gebruiken de auteurs te pas en onpas termen die de (jongere) lezer niets zeggen. Wat is een vaandrig, drost, baljuw, majoortitulair, adelborst, schout-bij-nacht ? Een verklarende woordenlijst had uitkomst geboden. Ten slotte, uitroeptekens zijn overbodig.
Dat gezegd hebbende biedt het boek een mooi inzicht voor iedereen die geïnteresseerd is in de historie van de Nederlandse Antillen.

KITLV Uitgeverij, Leiden, 2011, ISBN 9789067183444, 251 pagina’s, €29,95


Terug