Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

De jacht op Pablo Escobar

Non-fictie werk van de Amerikaanse journalist Mark Bowden over Colombia's grootste drugscrimineel

Auteur : Nico Verbeek
Land : Colombia

De jacht op Pablo Escobar

Misschien was het onvermijdelijk. De succesvolle Netflix-serie Narcos zorgde voor hernieuwde interesse in de persoon van Pablo Escobar en dus besloot uitgeverij Meulenhoff de vertaling van het succesvolle boek van de Amerikaanse journalist Mark Bowden, Killing Pablo (2001), De jacht op Pablo Escobar in de Nederlandse vertaling, opnieuw uit te brengen. Bowden schreef eerder ook Black Hawk Down, waar regisseur Ridley Scott een succesvolle film van maakte.

Dat de producenten van Narcos zich hebben laten inspireren door het boek van Bowden lijkt wel zeker. De hoofdrolspelers in de serie, DEA-agenten Steve Murphy en Javier Peña, heten niet voor niks hetzelfde als in het boek. Ook is een aantal verhaalelementen uit het boek terug te vinden in de serie. Het is daarom vreemd dat Narcos nergens credits geeft aan het boek. Mysterieus. Misschien ging er een mislukte verfilmingsdeal aan vooraf?

Knipoog

De jacht op Pablo Escobar wordt over het algemeen beschouwd als een van de standaardwerken over het leven van Escobar, maar daar valt wel wat op af te dingen. Want Bowden (foto) is een Amerikaan en baseert zich voor een belangrijk deel op Amerikaanse bronnen. Het is daarom onvermijdelijk dat, net als in het geval van Narcos, ook De jacht op Pablo Escobar vrijwel uitsluitend een Amerikaanse interpretatie is van het leven van de beruchte maffiabaas en zijn Colombiaanse context.

En dat is niet altijd even trefzeker en geeft soms aanleiding tot karikaturen, overdrijvingen en merkwaardige interpretaties. Zoals deze: “de oprichting van de MAS is een kostelijke Colombiaanse ironie: een beweging tegen criminele ontvoerders opgericht door criminele ontvoerders…” Zo kun je natuurlijk de gruwelijke geschiedenis van het paramilitarisme – MAS was de eerste paramilitaire organisatie – afdoen met een knipoog, maar het is duidelijk dat hier een zeer complexe historische en sociologische uitleg bij hoort. En die vertelt Bowden natuurlijk niet.

Verhitte periode

Het eigenlijke verhaal van Bowden is de jacht op Escobar, de laatste jaren van de drugsbaas, toen hij op de vlucht was voor de politiemacht van Colombia, geholpen door de gringos, en daar heeft Bowden in ieder geval wél heel wat interessants over te vertellen.

Daarom wordt het verhaal vooral interessant vanaf pagina 95, wanneer de jacht begint. In 1986 verklaart president Reagan de aanvoer van drugs naar de Verenigde Staten tot een bedreiging voor de staatsveiligheid, in 1989 belooft de regering van Bush senior 250 miljoen dollar voor de war on drugs in Colombia. Daarbij hoopten de Amerikaanse regering op samenwerking met de lokale regering, maar unilaterale acties werden niet langer uitgesloten.

De Colombiaanse regering was altijd wat huiverig en hield de gringos zoveel mogelijk op een afstand, maar na de moord op presidentskandidaat Luis Carlos Galán (foto) in augustus 1989, veranderde dat. President Barco gaf zijn verzet op en wat volgde was een bijzonder verhitte periode in de geschiedenis van de Colombiaans-Amerikaanse betrekkingen.

Vette budgetten

Bowden vertelt, zeer gedetailleerd en met kennis van zaken, over Delta Force en Centra Spike (voormalige ISA: Intelligence Support Activity), speciale Amerikaanse legereenheden die in Colombia landden om inlichtingenwerk te doen. De DEA zat er al langer en uiteraard ook de CIA, de omstreden agency die er altijd een eigen agenda op nahield en nooit te beroerd was om andere organisaties, zoals Centra Spike, voor de voeten te lopen.

Het ‘doelwit Pablo Escobar’ kwam in die jaren als geroepen voor de Amerikaanse veiligheidsdiensten. Die waren na het einde van de Koude Oorlog naarstig op zoek naar een nieuwe rol. En allemaal wilden ze er nu bij zijn: CIA, FBI, DEA, het leger, de marine… En ze hadden de wind mee, want de war on drugs was uitgeroepen en er waren vette budgets beschikbaar.

Rare Colombianen

En zo gebeurde het dat op een gegeven moment maar liefst 17 spionagevliegtuigen boven Medellín rondvlogen om de bewegingen van Escobar te volgen. Bowden vertelt mooie verhalen over de onderlinge concurrentie tussen bijvoorbeeld Centra Spike en de CIA en de strijd om als eerste belangrijke informatie te verzenden naar de burelen in Washington.

Veel pagina’s zijn ook gewijd aan de problemen die de Amerikanen hebben met de Colombiaanse politieagenten met wie ze gedwongen zijn samen te werken. Bowden is kritisch op z’n eigen jongens, maar ontkomt er toch niet aan om het cliché van stal te halen van de efficiënte, rechtlijnige oncorrumpeerbare Amerikaanse agent tegenover de perfide, corrupte en inefficiënte Colombiaan. En daarmee lijkt het verhaal toch weer op Narcos, waar good old Javier Peña en Steve Murphy het ook maar moeilijk hebben met de die rare Colombianen en hun idiosyncrasie.

Kostelijke Amerikaanse ironie

Er worden heel wat pagina’s ingeruimd - terecht denk ik - voor het verhaal over de PEPES (Perseguidos Por Pablo Escobar). Dat was een groep van paramilitairen en voormalige partners-in-crime van Escobar, die om verschillende redenen vijanden waren geworden en die mee gingen doen in de jacht op Escobar. Ook in Colombia weten ze al jaren dat die PEPES eendrachtig samenwerkten met de Colombiaanse autoriteiten om Escobar te pakken te krijgen.

Bowden bevestigt deze visie en heeft daar talrijke bewijzen voor. Hij gaat nog een stapje verder. Ook de Amerikaanse veiligheidsdiensten zélf waren er niet vies van om informatie te delen met de PEPES en dus om samen te werken met criminelen om andere criminelen te bestrijden. Hé, dat zou een mooi voorbeeld kunnen zijn van kostelijke Amerikaanse ironie, maar die ziet Bowden hier kennelijk niet. Vreemd, want het zou toch niet de eerste keer zijn dat zoiets gebeurt. Bowden, remember Iran-contra-schandaal, Oliver North?

Van buitenaf

Die samenwerking tussen de good guys en de not so good guys leidde tot problemen in Washington, toen ze er daar lucht van kregen. De Amerikaanse regering stond op het punt, zo verzekert Bowden, om de stekker eruit te trekken en die hele troep duistere spionnen als de bliksem weer naar huis te sturen. Dat gebeurde niet, omdat juist op dat moment de jacht op Escobar op het punt stond z’n climax te bereiken…

Omdat Colombia en Pablo Escobar in dit boek geheel vanuit Amerikaans perspectief worden bekeken, is het beeld van Escobar op z’n minst gezegd nogal onvolledig. Ook is duidelijk dat Bowden geen specialist is in Colombia. Hier wreekt zich het feit dat het verhaal van Escobar van buitenaf wordt beschreven en niet van binnenuit.

Onbuigzame houding

De vader van Escobar was niet een betrekkelijk welvarende veeboer, maar een arme keuterboer die als opzichter werkte op een grote boerderij van een ex-minister. Het was moeder Hermilda die voor het gezin zorgde en het geld binnenbracht. Bowden zegt terecht dat moeder Hermilda zeer belangrijk was in het leven van Escobar. Jammer genoeg gaat hij daar niet verder op in. Het departement Chocó ligt niet ten zuiden van Antioquia, maar ten westen en Escobar was geen gemeenteraadslid in Medellín, maar in Envigado.

Ook heeft hij niet zo’n duidelijk beeld van de politieke situatie in Colombia. Dat leidt er toe dat nogal wat onrecht wordt gedaan aan historische leiders van het Nuevo Liberalismo als Rodrigo Lara en Luis Carlos Galán, beiden vermoord door het kartel van Medellín, vanwege hun onbuigzame houding tegenover de praktijken van de lokale maffia.

Koeien, paarden en mest

Om meer te weten te komen over het hoe & waarom in het leven van Pablo Escobar moet je dus niet bij Bowden zijn. De verdienste van het boek van Bowden is ongetwijfeld het geweldige onderzoek dat hij heeft gedaan naar de Amerikaanse betrokkenheid bij de jacht op Escobar. Hij heeft zich goed gedocumenteerd en zag talrijke regeringsarchieven in. Het hele verhaal van de jacht op Escobar en de laatste jaren van zijn leven zijn erg goed beschreven en geven een goed beeld van hoe het werkelijk allemaal in zijn werk is gegaan.

Het boek is in een aantrekkelijke stijl geschreven: Bowden is een vertegenwoordiger van de narratieve journalistiek, waarbij non-fictie verhalen worden voorzien van dialogen, actie-scenes en persoonlijke beschrijvingen om de lezing aangenaam te maken. De vertaling in het Nederlands doet er niet altijd recht aan. Veel Engelse constructies zijn letterlijk in het Nederlands overgenomen (‘de wortel en de stok’ als vertaling voor carrot and stick?). ‘westelijke ruggengraat’ voor Cordillera Occidental? De vertaling voor de fincas van Escobar is inderdaad moeilijk, maar meestal komt ‘buitenhuizen’ dichter in de buurt dan ‘boerderijen’, vooral in de context van Pablo Escobar, want Pablo had niet zoveel met koeien, paarden en mest.

Lees ook onze recensie van Het kartel van de narcos. Opkomst en ondergang van de cocaïnebaronnen.

Mark Bowden, De jacht op Pablo Escobar, Uitgeverij Meulenhoff/Boekerij, 2017, ISBN 9789022576953, 416 pag., € 15,00, vertaling: Robert Vernooy

Recensie is geplaatst op 24-2-2017


Terug