Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

De rebellenfamilie

Auteur : Jan de Kievid
Land : Chili

De rebellenfamilie

 

“Doodmoe van het liegen, van de schijn ophouden, van almaar bang moeten zijn dat het nog eens helemaal verkeerd zou gaan”, voelde Carmen Aguirre zich toen ze in 1983 met haar Chileense moeder, haar iets jongere zus Ale en haar Canadese stiefvader Bob in Argentinië arriveerde. Voor een vijftienjarige had ze toen al een heel leven achter de rug. Vlak na de staatsgreep van Pinochet in 1973 hadden militairen de twee zusjes de stuipen op het lijf gejaagd met een schijnexecutie. Ze waren met hun ouders gevlucht naar Canada. Maar in 1979 vertrekt haar moeder met haar dochters en haar Canadese vriend Bob uit dit veilige land, om vanuit Bolivia en later vanuit Argentinië het linkse verzet tegen de dictatuur te ondersteunen.
 
Een paar decennia later doet Aguirre, tegenwoordig in Canada een succesvol toneelspeelster en scenarioschrijfster, verslag van haar omzwervingen tussen haar elfde en eenentwintigste jaar in een fascinerend boek, dat in Canada is bekroond. De Engelse titel Something Fierce. Memoirs of a revolutionary daughter geeft de inhoud goed weer, terwijl de Nederlandse titel De Rebellenfamilie en de toelichting op de omslag over ‘opgroeien te midden van een revolutie’ de plank volledig misslaan. Om het verzet in Chili vanuit buurlanden te ondersteunen en daarbij niet op te vallen, probeert de familie zich zo normaal mogelijk te gedragen, keurig aangepast volgens middenklasse normen. Van een revolutie, zoals in dezelfde jaren in Nicaragua, is geen sprake. In Chili heerst een brute rechtse dictatuur en van de hoop op een socialistische revolutie na de val van Pinochet komt niets terecht.
 
In een interview vertelt Aguirre dat ze bewust nooit heeft vermeld in welke partijen en organisaties haar ouders – en later zijzelf - actief waren en wat precies hun verzetsactiviteiten waren. Ze wil niemand achteraf in moeilijkheden brengen. Ik heb de indruk dat ze af en toe gegevens door elkaar heeft gehusseld om herkenning van organisaties te voorkomen.
 
De elfjarige Carmen is geschokt door de armoede in Bolivia en de vreselijke manier waarop de indianen door de blanke bovenlaag worden behandeld. Zij en haar zusje veranderen telkens van school en daarmee van vriendinnen. Ze krijgen te maken met steeds weer nieuwe mensen uit het verzet en leren hun mond te houden. Daarbij raakt Carmen’s “leven en hart in aparte hokjes opgedeeld”. Ze loopt met een masker op en is vaak zo bang, dat er van haar gevoel niets overblijft. Als ze hoort dat in Chili in 1983 mensen massaal op straat tegen Pinochet demonstreren, snakt ze ernaar “om openlijk te kunnen gillen en schreeuwen en in opstand te komen tegen het leger – om de ondergrondse te verlaten en mezelf te zijn.” 

Onmenselijke eisen

Aguirre schrijft boeiend, ze kan zich nog goed voor de geest halen hoe het was om als tiener zo’n leven te leiden. Spannende en beklemmende momenten worden afgewisseld met nuchtere humor. Soms volgen bizarre gebeurtenissen elkaar op en krijgt het boek trekjes van het Latijns-Amerikaanse magisch realisme. Een enkele keer lijkt de fantasie het over te nemen van de werkelijkheid, maar wellicht is het allemaal waar gebeurd. Het is wel erg toevallig dat Carmen in Bolivia samen op school zit met een nichtje van Pinochet. Haar zusje Ale is op die school zelfs een tijd het vriendinnetje van de zoon van de net afgezette Boliviaanse dictator Gracía Meza. Het dictatorszoontje heeft vier lijfwachten en haalt Ale op in een kogelvrije auto om naar school te gaan.
 
Ondertussen gaan ze nog een paar keer terug naar het veilige Canada. Ook daar moeten ze op school en elders hun mond houden. Carmen doet steeds meer ervaring op in de liefde. Vanaf haar achttiende neemt ze zelf deel aan de strijd, samen met een Argentijn met wie ze kort getrouwd is. Ze gaat regelmatig clandestien naar Chili en leert met haar kameraad vliegtuigjes besturen om over de Andes het verzet te bevoorraden.
 
Als in 1990 de dictatuur plaats maakt voor een beperkte democratie, valt het links-revolutionaire verzet uiteen. Daar eindigt het boek. Voor Aguirre is het geen afrekening met het verleden, maar een verhaal dat eens openhartig verteld moest worden. In haar epiloog stelt ze dat aan de strijders voor hun idealen “onmenselijke eisen” werden gesteld. “We leefden in een voortdurende staat van angst, en het was niet revolutionair om dat te voelen, laat staan om het uit te spreken.” Revolutionairen zijn geen supermensen, helden of martelaren, maar gewone mensen met al hun gebreken.
 
Carmen Aguirre, De rebellenfamilie. Nijgh en van Ditmar, Amsterdam, 2012, 287 pag. ISBN 978 90 388 9520 8, € 19,95. Vertaling Miebeth van Horn
 
 

 


Terug