Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

De rechterhand van de duivel. De ondergang van het Cali-kartel, de grootste concurrent van Pablo Escobar

Non-fictie werk van William C. Rempel over Jorge Salcedo, een hoofdpersoon uit Narcos 3

Auteur : Mark Weenink
Land : Colombia

De rechterhand van de duivel. De ondergang van het Cali-kartel, de grootste concurrent van Pablo Escobar

 “Soms moeten we doen wat juist is, niet wat legaal is.” Aldus Jorge Salcedo (1948), hoofdpersoon van De rechterhand van de duivel, een verhaal dat speelt in Colombia. Salcedo was hoofd beveiliging van het Cali-kartel en keerde zich als kroongetuige tegen zijn bazen, waardoor die uiteindelijk gepakt konden worden. Dit non-fictie werk is zijn verhaal en werd opgetekend door de Amerikaanse onderzoeksjournalist William C. Rempel.

Salcedo is afkomstig uit een welgestelde familie en zoon van een Colombiaanse generaal. Salcedo junior heeft ook een militaire achtergrond. Hij is wapenexpert, ingenieur en deskundige in communicatietechnologie. Vanwege die vaardigheden brengt een vriend hem in 1989 in contact met het Cali-kartel. Het bazenkwartet van Cali - Miguel Rodríguez Orejuela, Gilberto Rodríguez Orejuela, Pacho Herrera en Chepe Santa Cruz Londoño – vraagt hem om hun beveiliging op zich te nemen.

Een verzoek van dergelijke heren kan Salcedo niet ongestraft afwijzen. Daar komt bij dat zijn ego als vakman gestreeld wordt en hij oprecht vindt dat Colombia verlost moet worden van Escobar, die een terreurcampagne tegen de staat voert. De rivaliserende Medellín- en Cali-kartels verkeren op voet van oorlog. Salcedo praat zijn keuze goed door zichzelf voor te houden dat het een ‘tijdelijke’ baan is. Door zijn diensten komt Salcedo op de dodenlijst van Medellín te staan. Salcedo moet verder niets hebben van drugs en geweld en houdt zich voor zover mogelijk afzijdig daarvan. Ondertussen onderhandelt Cali met de regering over overgave, in ruil voor lage straffen en behoud van de illegaal verkrgen rijkdom.

Eerlijke overheidsdienaren

Als Escobar in 1993 wordt doodgeschoten, gaat er een zucht van verlichting door het land. Zelfs bij het Cali-kartel en andere drugsbaronnen, toch ook geen lieverdjes. Salcedo zegt tegen zijn bazen dat ze hem niet meer nodig hebben, maar die accepteren zijn ontslag niet. Hij weet te veel.

Nu Escobar uit de weg is geruimd, zijn de Calibroers hard op weg om de door hen gedroomde totale controle over cocaïnehandel te bereiken. Hierdoor schuift het Cali-kartel door naar nummer 1 op de ‘wanted-lijst’ van de Colombiaanse regering. Salcedo maakt zich ondertussen zorgen over de toenemende druk op en onveiligheid van zijn kartelbazen. De samenwerking tussen Colombia en de Verenigde Staten wordt steeds intensiever, de VS dicteren steeds meer hoe zaken lopen. Agenten van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA Chris Feistl en David Mitchell, ook belangrijke personages in Narcos 3, voeren de druk op.

Via hun legale commerciële belangen wast het Cali-kartel honderden miljoenen dollars wit. Met hun fortuin kopen de Calibazen alles en iedereen om, waardoor ze uit handen van justitie weten te blijven. Salcedo komt erachter dat verleende gunsten aan politici, politie en militairen netjes worden bijgehouden in dossiers. Cali weet door deze sabotage van binnenuit uit handen te blijven van de autoriteiten. Mollen zijn geïnfiltreerd in politie en leger. Er is pas een probleem als ‘eerlijke’, niet omkoopbare overheidsdienaren jacht op de Calibazen maken. De heren van Cali moeten altijd op hun hoede zijn, kennen nooit rust. Een van de broers, Miguel, heeft overal onderduikadressen, begint paranoïde te worden. Salcedo’s taak om hen te beschermen wordt steeds moeilijker.

Lastige collega’s

Gaandeweg worden het geweld en de excessen erger en auteur Rempel (foto) benadrukt de tweestrijd waarin Salcedo verkeert. Die realiseert zich dat de wreedheid van Cali vergelijkbaar is met die van Medellín. Salcedo kan steeds moeilijker zijn handen schoonhouden. Zijn geweten begint te knagen en als hij opdracht krijgt om de accountant te elimineren, is de maat vol. Hij zoekt contact met de Amerikanen en biedt zijn hulp aan in 1993. Het ultieme verraad, waar de doodstraf op staat. Salcedo speelt hoog spel en stelt zijn leven en dat van zijn naaste familie in de waagschaal. Over zijn dubbelrol vertelt hij niets aan zijn vrouw Lena.

Het is verbazingwekkend om te lezen dat Salcedo maar duizend dollar per maand kreeg voor zijn diensten aan het Cali-kartel, een schijntje voor de gebroeders Rodríguez Orejuela. Huurmoordenaars van het kartel zeggen vertwijfeld: “Hoe kunnen we iemand vertrouwen die niet rijk wil zijn?”, omdat Salcedo niet mee wil doen aan drugstransporten.

Als er een ding duidelijk wordt van dit boek, is dat een criminele carrière weinig goeds brengt. ‘Functioneringsgesprekken’ bestaan niet. Als je geluk hebt, krijg je een waarschuwing, anders word je meteen uit de weg geruimd. Een mensenleven is niets waard. We lezen ook over Salcedo’s problemen, net zoals bij een gewone baan: lastige collega’s, botsende ego’s, rivaliteit en jaloezie. Lena, de vrouw van Salcedo, weet globaal waar haar man mee bezig is. Ze is er niet blij mee, maar steunt haar man wel en is in die zin dus medeplichtig.

Burgerlijk bestaan

Hoewel Salcedo zijn leven op het spel zette, is hij niet per se een held en zo zet de auteur hem ook niet neer. Maar de scheidslijn tussen juist en niet juist is niet zo helder als Salcedo zelf misschien wil doen geloven. Een vraag die niet wordt opgeworpen: wat zou Salcedo gedaan hebben als de zaken goed gegaan zouden zijn en het geweld beperkt? Zou Salcedo’s geweten dan ook zijn gaan knagen? Uiteindelijk is hij er nu vooral voor eigen lijfsbehoud uitgestapt. Maar misschien is het makkelijk oordelen achter mijn laptop. Wellicht verlangt Salcedo naar een burgerlijk bestaan: hij wil rustig met vrouw en kinderen wonen op een eigen kavel in een zelfgebouwd huis.

Het boek, dat als ondertitel De ondergang van het Cali-kartel, de grootste concurrent van Pablo Escobar heeft, leest soepel als een thriller. Het predikaat ‘true crime’, verleent extra glans en meer geloofwaardigheid. Hoewel de afloop van het verhaal bekend is, blijft het spannend. In Narcos 3 is Salcedo een van de hoofdpersonen. In vergelijking met de serie vertelt het boek zijn verhaal zo veel beter en met meer diepte.

Sinds zijn dubbelrol zit Salcedo met zijn gezin in een getuigenbeschermingsprogramma in de VS, waar ze in anonimiteit en met een andere identiteit een nieuw bestaan hebben opgebouwd. Auteur Rempel is onderzoeksjournalist van de Los Angeles Time. Voor dit boek sprak hij Salcedo, die in 1995 naar de VS verhuisde met zijn gezin,  gedurende tien jaar zo’n duizend uur. Opmerkelijk genoeg nauwelijks in het echt, maar meestal per telefoon. Zo strikt waren de veiligheidsmaatregelen. Daarnaast raadpleegde hij officiële bronnen en DEA-agenten. Gelukkig staat de vele informatie het verhaal nergens in de weg. De originele titel van het boek luidt At the Devil’s Table. The Untold Story of the Insider Who Brought Down the Cali Cartel.

William C. Rempel, De rechterhand van de duivel. De ondergang van het Cali-kartel , de grootste concurrent van Pablo Escobar, Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, Amsterdam, 2012, ISBN 9789024533152, 384 pag., €19,95, vertaling: Pieter Janssens

Recensie is geplaatst op 24-12-2018


Terug