Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

De uitverkoop van Zuid-Amerika. Grondstoffen, burgers en big business

Non-fictie werk van de Belgische journalist Raf Custers

Auteur : Jan de Kievid

De uitverkoop van Zuid-Amerika. Grondstoffen, burgers en big business

Half september was de Noord-Amerikaanse multinational Monsanto uitgebreid in het nieuws. Deze gigant op het gebied van genetisch gemanipuleerde zaden en daarbij in koppelverkoop behorende pesticiden zou worden overgenomen door het Duitse chemische bedrijf Bayer. Monsanto is al jaren berucht door de giftige bestrijdingsmiddelen en het uitknijpen en tot wanhoop – en vaak zelfmoord – drijven van boeren in grote delen van de wereld. Juist in die week begon ik De uitverkoop van Zuid-Anerika te lezen. Daarin wordt onder andere beschreven hoe genetisch gemanipuleerde soja van Monsanto de Argentijnse landbouw is gaan domineren. Sinds 1991 is het voor soja gebruikte landbouwareaal verzesvoudigd. Argentinië levert nu de helft van de soja voor de Europese Unie.

In ‘platgespoten’ dorpen in de sojagebieden heeft de giftige pesticide glyfosaat bij opvallend veel mensen kanker veroorzaakt. Onderzoekers van de Universiteit van Córdoba die dit in kaart proberen te brengen, stuiten op tegenwerking omdat Monsanto op hun universiteit een stevige voet tussen deur heeft. Maar Monsanto blijkt niet altijd oppermachtig. Bewoners, die zich hebben verenigd in niet-partijgebonden asambleas, zijn er – inelk geval voorlopig - in geslaagd met hun acties de komst van een grote zaadfabriek van Monsanto tegen te houden.

Dit is één van de vele verhalen van de Belgische journalist en historicus Raf Custers in zijn pas verschenen boek De uitverkoop van Zuid-Amerika. Grondstoffen, burgers en big business. Custers is onderzoeker bij GRESEA, een in Brussel gevestigde organisatie die alternatieve economische strategieën onderzoekt. Hij schrijft al dertig jaar reportages over volkeren die hun eigen lot in handen willen nemen. In 2010 maakte hij met z’n vrouw Greet in Bolivia een documentaire over de exploitatie van lithium: een licht metaal dat makkelijk energie vasthoudt, waarmee herlaadbare batterijen worden gemaakt voor elektronische apparaten en een nieuwe generatie elektrische voertuigen. Over lithium en andere grondstoffen publiceerde Custers in 2013 het boek Grondstoffenjagers.

 

Successen

Zijn nieuwe boek bouwt daarop voort, toegespitst op vijf landen in Zuid-Amerika. Van half 2013 reisden Custers, zijn vrouw en zoon bijna een jaar in een camperbusje door Zuid-Amerika. Ze trokken door vijf landen; de reuzen Brazilië en Argentinië krijgen de meeste aandacht, ook Bolivia en Chili komen goed uit de verf, terwijl Uruguay met zeven pagina’s er een beetje bij hangt. Custers neemt ons mee naar de sojadorpen in Argentinië, de inheemse bevolking van Chili en Argentinië die haar land kwijtraakt aan grote bosbouwbedrijven en aan ondernemingen die schaliegas willen exploiteren, de grootste open kopermijn ter wereld in Chili, de mijn in de berg bij Potosí in Bolivia, de favelas in Rio de Janeiro en nog veel meer. Bij zijn bezoeken praat hij met allerlei mensen, met speciale belangstelling voor degenen die zich verzetten tegen de multinationals, uit Europa en de Verenigde Staten, maar ook uit landen als Brazilië en Chili.

Custers wil vooral laten zien dat in Zuid-Amerika mensen zich verzetten, en dat ze daarbij ook regelmatig succes hebben. Custers vermengt zijn eigen observaties met delen van interviews en achtergrondinformatie van historische, sociaaleconomische en politieke aard. Daarbij put hij uit allerlei rapporten, publicaties van de bedrijven zelf, media van actievoerders én van ondernemers.

 

‘Opkomende’ grondstoffen

Hoewel actieve burgers regelmatig successen boeken, is de hoofdstelling van het boek toch dat koloniale economische verhoudingen steeds weer worden gereproduceerd. Zuid-Amerika exporteert nog steeds voornamelijk (ruwe) grondstoffen, terwijl de bewerking daarvan in de Verenigde Staten en Europa gebeurt. Dat geldt niet alleen voor koper uit Chili en ruwe olie uit Brazilië, maar nog meer voor nieuwe, ‘opkomende’ grondstoffen zoals het al genoemde lithium en indium. Een vijfde van de bekende lithiumvoorraden ter wereld bevindt zich in de Boliviaanse bodem.  Indium is een doorschijnend en sterk geleidend metaal dat geschikt is om in beeldschermen te verwerken. “Het wordt in een flinterdunne film op de schermen van smartphones en tablets gelegd, en stuurt commando’s van onze vingertoppen naar het binnenste radarwerk van deze apparaten.” Indium wordt het meest gebruikt voor flatscreen tv-schermen en zonnepanelen. Een grondstof met een grote toekomst dus. Maar indium zit in zink en is daar technisch erg moeilijk uit te halen. Bolivia zou dat graag zelf doen, maar mist daartoe het geld en de kennis. En dus wordt het zink uitgevoerd en gaan multinationals uit de rijke landen die het verwerken er met de winst vandoor.

 

Rode lopers

Custers werkt bij een instituut dat een heel ander soort, veel duurzamer economie nastreeft, dan op dit moment waar dan ook bestaat, en dus ook niet in Zuid-Amerika. Hij heeft op zijn reis veel critici gesproken van de destijds aan het bewind zijnde presidenten Rousseff (Brazilië), Morales (Bolivia), Kirchner (Argentinië), Mujica (Uruguay) en Bachelet (Chili). Die critici stellen dat ook deze meer of minder linkse presidenten in de praktijk kiezen voor een ontwikkelingsmodel dat gebaseerd is op de intensieve exploitatie van grondstoffen voor export naar de rijke landen, dus het oude koloniale model. Om die grondstoffenexport veilig stellen, keren ze zich herhaaldelijk tegen protesterende slachtoffers van deze ontwikkelingen die hun land of toegang tot schoon water - “Water is meer waard dan goud” dreigen kwijt te raken. Ze gebruiken de extra opbrengsten wel voor betere sociale voorzieningen voor de armste groepen. Soms laten ze de westerse multinationals meer belasting betalen, zoals in Bolivia, of leggen hen anderszins wat aan banden.

Custers’ sympathie ligt wel veel meer bij deze presidenten ligt dan bij de rechtse die hen in Argentinië en Brazilië zijn opgevolgd en nog veel meer de rode lopers uitleggen voor buitenlandse multinationals. Daarom eindigt hij “in mineur”, terwijl hij in 2013 begon onder een “gunstig gesternte.” Latijns Amerika leek te sprankelen met nieuwe leiders met een ecologische en sociale visie, die waren geïnspireerd door vrijheidsstrijder Simón Bolívar. Custers wilde vooral onderzoeken hoe niet zozeer de leiders, maar actieve burgers deze ‘Bolivariaanse revolutie’ vormgaven. Daarvan heeft hij in dit boek uitgebreid verslag gedaan, van successen en teleurstellingen en van de sterke tegenkrachten – westerse en Latijns-Amerikaanse multinationals én vaak ook hun eigen regeringen – waarmee deze burgers te maken krijgen. Opmerkelijk is dat Custers de term ‘Bolivariaanse revolutie’ gebruikt, maar in zijn hele boek Chávez maar één keer noemt en nergens verwijst naar of vergelijkt met Venezuela. Behoort Custers misschien tot degenen die aanvankelijk enthousiast waren over het Venezolaanse experiment, maar het inmiddels niet meer durven te verdedigen, en er daarom maar over zwijgen?

 

Naïviteit

Het boek getuigt van de grote kennis, betrokkenheid en nieuwsgierigheid van de auteur. Met af en toe voor een ervaren journalist en reiziger – die ook documentaires maakte in een veel ‘moeilijker’ land als Congo – opmerkelijke naïviteit. Zo had hij, tot zijn bezoek aan Rio, van favelas een “romantische voorstelling… waar je bij je buren langsloopt om een ei of een lepel suiker te lenen en de kinderen nooit thuis zijn omdat ze overal vrienden hebben”. En hij was verbaasd dat het nogal wat moeite kostte om de Belgische camperbus uit de haven van Rio los te krijgen. Het duurde tien dagen, pas later beseft hij dat tien dagen eigenlijk opmerkelijk snel was.

Custers heeft een boeiend en toegankelijk boek geschreven, vanuit het perspectief van de mensen die zich verzetten tegen de kapitalistisch-koloniale verhoudingen en streven naar een socialere en duurzamere samenleving. Hij geeft daarbij veel interessante en relevante informatie over grondstoffen en de strategieën van bedrijven en regeringen die in deze vorm in het Nederlands nog niet beschikbaar was. Voor wie in deze belangwekkende materie geïnteresseerd is, kan ik het boek zeker aanbevelen.

Raf Custers, De uitverkoop van Zuid-Amerika. Grondstoffen, burgers en big business. Berchem: EPO, 2016, 260 pag., ISBN 9789462670686, € 23,50.

Recensie is gepubliceerd op 23 september 2016


Terug