Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Development in Latin America. Toward a New Future

Helder analyse van recente ontwikkelingen, maar weinig toekomst. Geschreven door Maristella Svampa

Auteur : Jan de Kievid

Development in Latin America. Toward a New Future

Met het huidige ontwikkelingsmodel van neo-extractivisme zit Latijns Amerika op een dood spoor. Het massaal opdelven van bodemschatten voor de export vernietigt de aarde, leidt tot gewelddadige conflicten, maakt het continent nog afhankelijker en ondermijnt de samenleving en de democratie. Dat betoogt de Argentijnse sociologe Maristella Svampa in ruim honderd pagina’s in Development in Latin America. Toward a New Future, dat onlangs in het Engels is vertaald.

Svampa (1961) is niet alleen hoogleraar aan de Universiteit van La Plata (provincie Buenos Aires) en auteur van een dozijn boeken over maatschappelijke ontwikkelingen in Latijns Amerika, maar ook ecologisch en feministisch activiste. Daarnaast schreef ze drie romans met sociale en politieke thema’s, steeds gesitueerd in Patagonië waar ze opgroeide. Svampa vormt met collega’s uit andere Latijns-Amerikaanse landen de Permanente Groep over Alternatieve Ontwikkeling. Als publieke intellectueel mengt ze zich in het maatschappelijke en politieke debat, recent nog over de achtergronden en mogelijke gevolgen van de coronacrisis. In april 2020 zou ze hoofdspreekster zijn op een internationaal Latijns-Amerikanistencongres in Amsterdam, maar dat ging door corona niet door.

Een van haar opmerkelijkste boeken is Debates Latinoamericanos. Indianismo, desarrollo, dependencia y populismo (2016). Daarin behandelt Svampa in vijfhonderd pagina’s de politieke, filosofische en wetenschappelijke discussies over inheemse groepen, ontwikkeling, afhankelijkheid en populisme. Ze onderscheidt helder de verschillende opvattingen met hun ontstaan, wisselwerkingen en tegenstrijdigheden en vaak paradoxale invloeden op het gevoerde beleid.

Ontwikkelingsillusie

Svampa’s vermogen om stromingen en hun onderlinge relaties te onderscheiden en kernachtig samen te vatten, blijkt ook haar nieuwe boekje over Ontwikkeling in Latijns Amerika. Ze concentreert zich daarbij op de afgelopen twintig jaar, de tijd van de progressieve cyclus met veel gekozen (centrum)linkse regeringen, waarvan veel mensen grote verwachtingen hadden. Na de dominantie van de neoliberale Washington Consensus met nadruk op de markt, privatisering en uithollen van de staat zou een nieuw tijdperk aanbreken.  Een actievere staat zou bijdragen aan een socialer beleid met vermindering van armoede en ongelijkheid en zo ontwikkeling bevorderen. Svampa onderscheidt binnen die twintig jaar drie fasen.

Delven en exporten van grondstoffen had de Latijns-Amerikaanse economie al vijfhonderd jaar, vanaf de kolonisatie beheerst, maar het neo-extractivisme deed daar nog een schepje bovenop door de grootschaligheid en het inzetten van nieuwe technische middelen en energiebronnen. De eerste fase – van ongeveer 2000 tot 2008/10 - van dit 21e eeuwse neo-extractivisme leek succesvol. Het percentage mensen onder de armoedegrens in Latijns Amerika daalde van 44 in 2002 naar 31 in 2011. De meeste linkse regeringen werden herkozen en konden op de ingeslagen weg voorgaan. Volgens Svampa raakten ze echter in de ban van wat ze de ontwikkelingsillusie noemt, het idee dat ze echt met duurzame en sociale ontwikkeling bezig waren.

El Dorado

Dat kwam pijnlijk naar voren in de tweede fase tussen ongeveer 2008/10 en 2013/15. Steeds vaker zorgden grote mijnbouw- en stuwdamprojecten voor hevige conflicten met de in die gebieden wonende inheemse groepen; in 2010 waren er op het continent 120 van zulke conflicten met 150 daarbij betrokken gemeenschappen, in 2017 twee keer zoveel: 217 conflicten met 331 gemeenschappen. De tegenspraak tussen duurzaamheids- en economische groeipretenties van regeringen werd steeds duidelijker. Ook de regeringen van Bolivia met Evo Morales en Ecuador met Rafael Correa, die mooie passages in hun grondwetten hadden opgenomen over rechten van inheemse groepen, de natuur, Moeder Aarde en Buen Vivir, kozen bij conflicten vrijwel altijd voor het extractivisme. Dat moest ook wel, zeiden ze, want die exportinkomsten waren nodig voor de sociale plannen, waardoor ze weer herkozen zouden worden.

Bij linkse en rechtse regeringen herleefde het El Dorado-idee uit de koloniale tijd. Niet alleen door goud, maar door z’n onuitputtelijke grondstoffenrijkdom zou Latijns Amerika tot ontwikkeling komen. Ontwikkeling werd daarbij opgevat in termen van productie en geld, niet als de weg naar een socialere en rechtvaardiger samenleving. Zo ontstond volgens Svampa na de neoliberale Washington Consensus een veel bredere consensus: de Commodities consensus met grondstoffen als sleutel voor ontwikkeling. Hierin konden zowel progressieven als conservatieven en neoliberalen elkaar vinden.

Milieuterroristen

Deze consensus verscherpte de tegenstelling met inheemse groepen en milieuorganisaties. Terwijl in veel landen de inheemse bevolkingsgroepen recent meer rechten had gekregen en politiek veel zichtbaarder waren geworden, werden die rechten nu weer met voeten getreden. Het door de Verenigde Naties erkende recht dat inheemse volken vrij, van tevoren en op basis van goede informatie toestemming moesten geven voor mijnbouw en vergelijkbare activiteiten in hun gebieden, werd door de regeringen in de praktijk niet of nauwelijks erkend. Groepen die zich tegen het extractivisme verzetten, werden bestempeld als anti-rationeel of anti-modern, vaak gecriminaliseerd en soms zelfs ‘milieuterroristen’ genoemd. Tussen 2002 en 2013 werden wereldwijd 908 moorden op milieuactivisten geregistreerd. Ruim tachtig procent van de dodelijke slachtoffers viel in Latijns Amerika.

Deze ontwikkelingen zijn versterkt in de derde fase, vanaf 2013/2015. Het dalen van de grondstoffenprijzen op de wereldmarkt was een extra reden om nog meer en agressiever grondstoffen naar boven te halen om exportinkomsten enigszins op peil te houden. Dat gebeurde ongeacht de politieke kleur van de regering, dus niet alleen doordat er meer rechtse regeringen kwamen via verkiezingen of op soms dubieuze wijze, zoals in Brazilië. Hetzelfde vond plaats in landen van de progressieve golf en in sommige daarvan vertoonden machtsverkleefde leiders steeds meer klassiek Latijns-Amerikaanse autoritaire populistische trekken. Dat speelde in wisselende mate in Venezuela, Ecuador, Bolivia, Nicaragua en Argentinië, waar regeringen sociale bewegingen inkapselden of bestreden. Ondanks vaak andere retoriek werken zulke regeringen veelal nauw samen met bedrijven aan grondstoffenexploitatie of het bevorderen van monoculturen, zoals van soja.

‘Hoe meer extractivisme, hoe minder democratie’

Zo tekenden zich nieuwe bondgenootschappen af. Terwijl populisten zich verbonden met de Commodities Consensus en het neo-extractivisme, sloten aan de andere kant inheemse groepen, milieubewegingen en feministen zich aaneen vanuit een gezamenlijke zorg voor de natuur en solidaire menselijke verhoudingen. Al deze ontwikkelingen bedreigen de democratie. Onder de Commodities en het neo-extractivisme is steeds minder ruimte voor alternatieve ideeën. Dat geldt zowel voor rechtse regeringen als voor autoritair populistische die links zijn begonnen. “Hoe meer extractivisme, hoe minder democratie”, verzucht Svampa een paar keer.

Svampa’s balans van de progressieve regeringen is somber. De armoede is wel verminderd, maar dat komt vooral door hoge grondstoffenprijzen en meer extractivisme en niet door veranderde sociale en machtsverhoudingen. Zelden moesten de machthebbers en rijken iets inleveren, bijvoorbeeld door meer belasting te betalen. Ook het afnemen van de ongelijkheid valt uiteindelijk tegen. Dat is wel gebeurd volgens de berekening van de gini-coëfficënt, maar op grond van een andere rekenmethode van onder andere de bekende Franse econoom Thomas Piketty is die ongelijkheid helemaal niet afgenomen.

Afhankelijk van China

Velen hoopten dat meer handel en contacten met China op basis van een soort Zuid-Zuid solidariteit het continent minder afhankelijk zouden maken van de Verenigde Staten. China heeft de VS wel overvleugeld als belangrijkste handelspartner, maar van gelijkwaardigheid is geen sprake. Vanuit een nog steeds koloniaal patroon is Latijns Amerika nu afhankelijk van China. 84 procent van de export naar Chili bestaat uit grondstoffen, terwijl China voor 63 procent industrieproducten aan Latijns Amerika levert. Van een gezamenlijke opstelling van Latijns Amerika naar de grootmachten is weinig gekomen. Veel landen hebben vanuit een zwakke positie aparte (vrij)handelsverdragen gesloten met de VS en/of China.

In de eerste vijf hoofdstukken heeft Svampa al deze ontwikkelingen helder beschreven en geanalyseerd. Daarbij worden de grote lijnen steeds fraai geïllustreerd met voorbeelden uit een groot aantal landen. Van heel andere aard is het slothoofdstuk over de grote ecologische bedreigingen voor de hele wereld en de noodzaak om een andere economie en andere samenlevingsvormen op te bouwen. De linkse partijen hebben daarover te weinig ideeën en beschikken ook niet over een taal over hoopgevende alternatieven. Svampa stelt haar hoop vooral op de ideeën en strijd van inheemse groepen, milieubewegingen en feministen. Op de moeilijke vraag hoe die kunnen bijdragen aan een radicale verandering van het sociaaleconomisch beleid, gaat ze helaas niet in. Misschien gaat Svampa er ook iets te vanzelfsprekend vanuit dat inheemsen en vrouwen vrijwel altijd voor een duurzame alternatieve economie zullen kiezen. De ondertitel van het boek ‘Toward a New Future’ wordt niet echt waargemaakt. De titel van de oorspronkelijke Spaanstalige uitgave (zie hieronder) gaf de inhoud van het boek beter weer.

Toch is dit een belangrijk boekje waarin ingewikkelde en uiterst urgente problematiek met z’n samenhangen en tegenstrijdigheden overtuigend wordt neergezet. Het geeft veel inzicht, roept ook veel vragen op en stimuleert daarmee tot nadenken.

Maristella Svampa, Development in Latin America. Toward a New Future. Rugby, UK: Practical Action Publishing, 2019, 109 pag., met literatuurlijsten en register. ISBN 9781788530910, € 22,30

Recensie is gepubliceerd op 21-05-2020

De Spaantalige editie Las fronteras del neoextractivismo en América Latina. Conflictos socioambientales, giro ecoterritorial y nuevas dependencias is geheel op internet te raadplegen:

http://calas.lat/sites/default/files/svampa_neoextractivismo.pdf


Terug