Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Een koloniale Speeltuin. De antillen achter de schermen

Miriam Sluis

Auteur : Yvette Cramer
Land : Curaçao

Een koloniale Speeltuin. De antillen achter de schermen

NRC-correspondente Miriam Sluis beschrijft in haar nieuwe boek ‘Een koloniale speeltuin’ de aanloop naar de ontmanteling van de ‘Nederlandse Antillen’. Ze reist daarvoor tot oktober 2010 alle zes de Nederlands-Caribische eilanden langs én peilt de stemming onder Nederlandse Caribiërs in de Bijlmer, de Caribische enclave in Nederland. Het beeld dat uit haar zorgvuldig opgebouwde verhaal naar voren komen, is weinig geruststellend. Gelóven Nederland én de zes overzeese gebiedsdelen wel in een toekomst? Is hun rol uitgespeeld, of moet het (post-)koloniale spelen nog beginnen?

10 Oktober 2010 vond er op het Brionplein op Curaçao een sobere, maar belangrijke plechtigheid plaats. De vlag van de Nederlandse Antillen – blauw-rood kruis in wit vlak met in het hart vijf sterren – werd voorgoed gestreken. Het volkslied voor het laatst gezongen. In het bijzijn van prins Willem Alexander en Maxima. De ‘Nederlandse Antillen’ bestaan vanaf dat moment niet meer. De vlag van Curaçao – blauw vlak, gele streep, twee witte sterren, werd gehesen.

Er wordt een nieuwe staat gepresenteerd, Curaçao. Op St. Maarten vindt eenzelfde transformatie plaats. Er zijn nu dus in Rijksverband drie eilandstaten, Aruba, St. Maarten en Curaçao, en drie bijzondere gemeentes van Nederland – Saba, Statia en Bonaire. Hiermee begint een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de zes eilanden in het Caribisch gebied die eind van de achttiende eeuw als ‘erfstukken’ uit de West Indische Compagnie aan Nederland toevielen.

Sluis beschouwt het proces naar de nieuwe staatkundige structuur veelal vanuit een (geo-)politiek perspectief. Dat verheldert de (politieke) verhoudingen tussen de eilanden onderling, de relatie met Nederland en het krachtenveld van de eilanden in de regio. Het gaat om een berekenende relatie. Bijvoorbeeld over afspraken tussen de VS met Nederland om hoe dan ook greep te houden op deze eilanden, nog steeds de achtertuintjes van de VS. Omdat Amerika het gevaar vanuit Venezuela ziet komen. De benedenwindse eilanden liggen er dan mooi als buffer, of als uitvalsbasis voor geheime spionagevluchten.

Die invalshoek leest soms bijna als een samenzwering van duistere machten. Daarom zullen de Caribische eilanden nooit helemaal op eigen benen staan. Het gaat ook om een zakelijke relatie, waarbij eilanden autonomie krijgen in ruil voor kwijtschelding van grote staatsschulden. Het is buitengewoon interessant wat Sluis te weten is gekomen uit gesprekken, documenten en eigen waarnemingen over de invloed van de VS op bijvoorbeeld Curaçao. Spannend maakt ze het met de beschrijving van een spionagevliegtuig dat ze met eigen ogen meent te zien, maar waarvan de aanwezigheid op het eiland officieel wordt ontkent.

En van de geheime vluchten die tegen de avond plaatsvinden. Ze is zelfs bij de basis gaan kijken, maar wordt door het verschijnen van een intimiderende Amerikaanse rambo weggejaagd. Wat Sluis bij het schrijven misschien nog niet zeker wist, is dat Nederland in die tijd warempel serieus vreesde dat Venezuela zijn slag zou slaan en de benedenwindse eilanden zou inpikken. Dat bleek uit onlangs geopenbaarde wikileaks-documenten. Lokale politici menen echter dat de soep niet zo heet gegeten wordt en staan er veel laconieker in, blijkt uit gespreken die Sluis met hen heeft.

Sluis beschrijft tegelijkertijd welke onzekerheid de nieuwe staatkundige veranderingen voor de bevolking met zich meebrengt. Eilandbewoners zien zich geplaatst voor moeilijke keuzes: wel of niet ‘onafhankelijk’ van Nederland doorgaan? Wie betaalt dan de rekening, in het bijzonder het salaris? Welke zekerheden blijven er? Eilandbewoners op Statia vrezen bijvoorbeeld de belastingverhogingen, het leven blijkt er inmiddels een stuk duurder te zijn geworden.

Anderen vrezen de wetten die worden ingevoerd en die maatschappelijk (nog) niet passen bij de samenlevingen op de eilanden. De wet voor het homohuwelijk, abortus en euthanasie zijn een stap te ver in de behoudende en religieuze eilandgemeenschappen. Verder blijkt de bevolking vaak vraagtekens te zetten bij bestuurlijke kwesties zoals vriendjespolitiek en nepotisme die op sommige eilanden verweven zitten in het maatschappelijke en politieke systeem. Hoe gaat dat straks? Tenslotte is er het heikele punt van de drugssmokkel en de hiermee gepaard gaande criminaliteit en hoe die aangepakt moet worden. Is het politieapparaat en de rechtbank hierop voldoende ingericht? Veel vragen, weinig zekerheden.

Je geeft het ze te doen. Sluis, die eerder De Antillen bestaan niet (2004) en Zoutrif (2008) schreef, wisselt abstracte politieke en soms wat taaie staatkundige kwesties die met de ontmanteling gepaard gaan, af met observaties en beschrijvingen van reizen en gesprekken met vele eilandbewoners. Hier bewijst zich haar jarenlange correspondentschap op de Caribisch-Nederlandse eilanden en in Nederland.

Sluis beschikt over een uitgebreid netwerk contacten in alle sociale lagen. Ze spreekt met arbeiders van de olieraffinaderij op Statia, met invloedrijke politici op alle eilanden, met vertegenwoordigers van oude, machtige families, met Nederlandse ambtenaren, met gelukzoekers, met jongeren, met docenten, snackbarhouders, moeders, oppositieleden en bankdirecteuren. Kortom, een dwarsdoorsnede van de samenleving.

Daarnaast heeft Sluis zich verdiept in de historische achtergronden van de eilanden die bij het opheffen van de West-Indische Compagnie aan Nederland werden overgedragen en sindsdien een min of meer stiefmoederlijke behandeling kregen in allerlei opzicht. Als er iets duidelijk wordt in Sluis’ gedetailleerde en goed gedocumenteerde journalistieke betoog, is dat de meeste betrokkenen, ‘stakeholders’ – op de eilanden en in Nederland – , over de nieuwe structuur de adem inhouden en denken ‘als dat maar goed gaat’. Er valt weinig optimisme te beluisteren, er geven maar weinig gesprekspartners aan positief over de toekomst te zijn van deze ingrijpende staatkundige verandering waarvan de implicaties de komende jaren duidelijk zullen worden.

Maar dat is niet vreemd. Als je de ontmanteling vergelijkt met een ingrijpende reorganisatie bij een groot bedrijf, dan is het meer dan begrijpelijk dat de bevolking zich net als werknemers in afwachting van een dreigend ontslag, onzeker, machteloos en op zijn best gelaten voelt. Wat opvalt is dat veel Caribische eilandbewoners die Sluis sprak, zich niet geborgen voelen in de nieuwe structuur en zich niet goed begrepen voelen door ‘Nederland’. Omgekeerd is er ook niet altijd begrip vanuit ‘Nederland’ voor de kwesties op de tropische gebiedsdelen. Kortom, er is over en weer sprake van een moeizame relatie tussen een dominante moeder die graag bepaalt dat zaken op haar manier gedaan moeten worden en kinderen die zich gekleineerd en niet gerespecteerd voelen. Dat leidt tot wederzijdse argwaan en wantrouwen, waar je liever respect en wederzijds vertrouwen wil zien.

De grote vraag na het lezen van dit boek, is of Nedeland en de eilanden in deze (post-)koloniale speeltuin uitgespeeld zijn, en of er wel aan spelen toegekomen wordt

Miriam Sluis Een koloniale Speeltuin – De Antillen achter de schermen, Prometheus/NRC Boeken, 19,95  

Via Caribe Magazine


Terug