Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Ontvoerd. Het complete verhaal

Kuifje in Colombia

Auteur : Nico Verbeek
Land : Colombia

Ontvoerd. Het complete verhaal

Spoorloos-presentator Derk Bolt en cameraman Eugenio (Eus) Follender werden in juni van dit jaar ontvoerd in Catatumbo, een van de weinige regio’s in Colombia waar je (nog) niet zomaar heen kan reizen. Want daar is het nog altijd oorlog en kun je ze allemaal tegenkomen: voormalige paramilitairen, relicten van de oude guerrillagroep EPL, een paar zeer actieve fronten van guerrillabeweging ELN (Nationale Bevrijdingsleger) en de ‘gewone’ criminelen, die ook nooit ontbreken. De plaatselijke bevolking moet zich zien te redden temidden van al dat gespuis, dat genoeg verdient aan de cocateelt om het er nog wel een tijdje uit te houden. De Colombiaanse staat en z’n instituties zijn in geen velden of wegen te zien.

In Colombia weet iedereen dat Catatumbo een no-go zone is en zelfs lokale journalisten blijven er zoveel mogelijk uit de buurt. Derk Bolt komt volgens eigen zeggen al 25 jaar in Colombia en zou dus moeten weten waar hij wél en waar hij niet heen kan. Daarom is het vreemd dat hij toch naar El Tarra afreist, een stadje dat middenin dat levensgevaarlijke Catatumbo ligt.

Bolt gaat daar naartoe om een Colombiaan te ontmoeten die hij nodig heeft voor een item in zijn televisieprogramma Spoorloos. Opmerkelijk argeloos en zonder acht te slaan op allerlei voortekenen (de laatste militaire controlepost die ze passeren is onbemand) rijden ze met open ogen in de val. Tijdens de rest van de ontvoering gebeurt niet zo veel opzienbarends, al probeert de auteur het spannend te maken door steeds te fantaseren wat er allemaal zou kunnen gebeuren: onderworpen worden aan martelingen, het afsnijden van vingers, schijnexecuties, zware onderhandelingen over het losgeld… De arme kidnappers proberen het de twee wereldburgers ondertussen zo goed mogelijk naar de zin te maken, maar die doen weinig anders dan zeuren over het vieze eten, de harde bedden, de lage wc-pot en vooral ook over die ongelofelijk domme en maffe guerrillero’s. “Ons eten is anders dan anders. Het vlees ontbreekt en is ingeruild voor een klodder stinkend spul. Kots, zou ik zeggen, of op z’n best kattenvoer. We menen er uiteindelijk een soort vis in te ontdekken. Het blijkt te gaan om makreel uit blik.”

The torture never stops

Ondertussen is de toon van het verhaal opmerkelijk licht en de referenties veelzeggend. De wapens die de auteur tegenkomt vergelijkt hij met die van James Bond, in de hoed die hij op krijgt, ziet hij meteen de Mexicaanse sombrero van Zorro en als hij gedwongen wordt over de grond te sluipen, moet hij denken aan een film met Tom Cruise.

Het commando van het ELN dat de twee Nederlanders te grazen neemt, begrijpt al snel dat ze niet met spionnen van het Colombiaanse leger of van de gringo’s te maken heeft en is vooral druk met het regelen van een fatsoenlijke vrijlating, wat in de jungle van Catatumbo nog niet zo eenvoudig is. Maar daar heeft Bolt bar weinig begrip voor. Hoezo? Waarom moeten we nóg een dag in die verdomde jungle doorbrengen? Dat er in het gebied waar hij zich bevindt zich ook nog een oorlog afspeelt, lijkt maar zijdelings tot hem door te dringen. Opmerkelijk is ook dat de guerrillero’s geen enkele moeite doen om hun wapens te verbergen of uit het zicht te houden: de gijzelaars kunnen ze zó pakken. Die kijken wel uit natuurlijk, al fantaseert Bolt er weer flink op los wat er zou kunnen gebeuren als hij zo’n wapen zou grijpen.

Het is in die omstandigheden ook wel begrijpelijk dat Bolt een paar keer expliciet benadrukt dat het ondanks alles wel degelijk zeven dagen van afzien zijn geweest en schrijft hij, wat al té hoogdravend: “Want hoe optimistisch de toon van vandaag ook begint te lijken, het lijden is nog steeds in volle omvang bezig. The torture never stops. Laat dat duidelijk zijn.”

Onderbroekenlol

Omdat over de gijzeling zelf verder weinig meer te melden valt, houdt de auteur zich daarna vooral bezig met het observeren van de omgeving en de mensen die hij tegenkomt. Wat hem nog het meest dwars lijkt te zitten is dat al die jongens en meisjes bij de guerrilla zo vréselijk dom zijn. Ze kunnen niet tellen, ze kunnen niet schrijven, ze weten niet dat er in Europa vier seizoenen zijn. Ook de boeren die de twee gijzelaars, onder dwang van de guerrilla, een paar dagen in huis nemen, worden met weinig mededogen beschreven.

“Dus melden we ons ontspannen voor het ochtendmaal. Er loopt een nieuwe gast op de veranda. Eus merkt hem als eerste op en geeft een treffende omschrijving. ‘Heb je die mafketel gezien? Dat kleine crimineeltje met die belachelijk geknipte haren? Als die niet stijf van de middelen staat dan weet ik het niet meer.” Of deze: “De ogen van de man hangen halfdicht, hij maakt daardoor een slaperige, maar inderdaad misschien ook gedrogeerde indruk. Eus kan er behoorlijk pissig om worden dat wij totaal machteloos zijn ten opzichte van dit soort mafketels. Wie zijn zij nou helemaal om ons te koeioneren? Het zijn onbenullen met het verstand van een kip.”

Terwijl de gijzelaars zich zorgen maakt over de randvoorwaarden van de trip, probeert de guerrillacommandant er alles aan te doen om het leven van zijn gasten wat aangenamer te maken: er wordt voor nieuwe kleren en schoenen gezorgd en ook voor hoeden tegen de felle zon. En omdat het lopen ook niet zo soepel gaat, mogen Derk en Eus op muilezels rijden, die de commandant speciaal voor hen bij een plaatselijke boer heeft laten confisqueren.

Wat misschien nog het meeste irriteert in het boek is de kneuterige toon die Bolt gebruikt en de oude-jongens-krentenbrood-humor, die helemaal misstaat in een boek als dit. Je moet behoorlijk wat incasseringsvermogen hebben om bestand te zijn tegen zinnen als:Gelukkig maakt men, hoe dieper je het binnenland in reist, steeds meer gebruik van het edele ros. Een paard drinkt nu eenmaal geen alcohol en is derhalve een veiliger medeweggebruiker dan zo’n gemotoriseerde dronkenlap (een motorrijder).” Of deze: “Afijn, ik breng de hele operatie (poepen op een lage wc) tot een goed einde en ik overhandig het niet-geopende pakje tissues aan Eus, die nu het experiment aangaat. We lachen er wat om. Onderbroekenlol gaat er altijd wel in. We blijven jongens.” Of: “De ezel schiet vervolgens vooruit, waardoor ik er bijna afsodemieter. ‘Hacha mula,’ schreeuwt de commandant en dat vind ik dan wel weer een mooie kreet. Hacha mula. Vooruit met de geit. Met de ezel, bedoel ik.”

Misprijzen

In de achtergronden van het Colombiaanse conflict lijkt de auteur niet echt geïnteresseerd: wat er allemaal om hem heen gebeurd is niet meer dan een decor voor zijn avonturen. De situatie in Colombia vat hij op zijn typisch humorvolle toon als volgt samen: “Ik zal het wel mis hebben, maar op mij komt dat hele gewapende conflict hier eigenlijk over als een soort bezigheidstherapie. De slimsten zijn het niet, die junglejongens, maar ze luisteren wel en geloven alles wat de leiding zegt. Verheffen van de arme boeren, my ass. Er moet coca vervoerd worden en daar kunnen de gewapende junglemannetjes fijn bij helpen.”

Daarom dringt de vraag zich op: waarom en voor wie dit boek? Over Colombia en zijn problemen komen we weinig te weten. De mensen die er wonen worden beschreven met misprijzen of met die typische verwondering over het onbekende en exotische dat je vroeger ook aantrof bij Europese kolonisten als ze over hun verre wingewest vertelden. Of in Kuifje.

In ieder geval heeft de ontvoering en de publiciteit eromheen het tv-programma van Bolt ongetwijfeld een boost gegeven, dat is mooi meegenomen voor hem. Dat het negatieve imago van Colombia door de ontvoering opnieuw is bevestigd, is voor hem waarschijnlijk niet meer dan collateral damage.

Voor mensen die geïnteresseerd zijn om te weten hoe het is om ontvoerd te worden, zou ik andere boeken aanraden. In de laatste jaren zijn er in Colombia tientallen boeken verschenen waarin gijzelaars, die soms meer dan tien jaar gevangen zaten, hun dramatische en verbijsterende ervaringen beschrijven. Ingrid Betancourt (Zelfs aan de stilte komt een eind) en Alan Jara (El Mundo al Revés) zijn twee goede voorbeelden. Indrukwekkende verhalen, en nog goed geschreven ook.

Derk Bolt, Ontvoerd. Het complete verhaal, Uitgeverij De Kring, plaats, 2017, ISBN 9789462970885,  256 pag., € 17,50

Recensie is geplaatst op 27-11-2017


Terug