Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Ooit hadden we een vaderland. Het verdriet van Argentinië

Boeiend boek van Jan Edward Craanen over omstreden recente Argentijnse geschiedenis

Auteur : Jan de Kievid
Land : Argentinië

Ooit hadden we een vaderland. Het verdriet van Argentinië

Argentinië is een “land dat niet uitblinkt door verdraagzaamheid” lezen we aan het begin van Ooit hadden we een vaderland. Het verdriet van Argentinië. Dat wordt nog vaak, en scherper, herhaald door de auteur, Jan Edward Craanen, van 1998 tot 2002 Nederlands ambassadeur in Argentinië. Craanen schreef het boek uit betrokkenheid en bezorgdheid. Net als veel Argentijnen heeft hij een soort haat-liefdeverhouding met het land. Hij ergert zich aan de intolerantie en de onderlinge vijandschap, maar heeft in zijn zwerftochten als diplomaat over de wereld zelden “hartelijker en gastvrijer mensen” ontmoet dan in Argentinië.

Craanen is bezorgd over Argentinië en de maatschappelijke schade die de “giftige cocktail van economische onzekerheid, populisme en terreur” heeft aangericht. Door wat hij daar heeft gezien, maakt hij zich extra zorgen over de huidige populistische verleiding en terreurdreiging dichter bij huis. Zijn boek is een mengsel van historische en politieke beschouwingen, met persoonlijke ervaringen en gesprekken uit zijn tijd als ambassadeur en bij latere bezoeken aan Argentinië.

Zorreguieta

Als ambassadeur was Craanen betrokken bij het politiek in goede banen leiden van het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta. Ook maakte hij de diepe economische en politieke crisis van 2001-2002 mee. In Nederland werd de – onlangs overleden - vader Jorge Zorreguieta door zijn staatssecretariaat (in feite ministerschap) van Landbouw tijdens de militaire dictatuur (1976-1983) vooral als ‘fout’ gezien, terwijl de meeste Argentijnen en in Argentinië wonende Nederlanders dat onbegrijpelijk vonden.

Door de kwestie-Zorreguieta besefte Craanen dat er in Nederland een zwart-wit beeld van Argentinië bestond met de militairen als enige schuldigen van de verschrikkingen van de dictatuur, zonder daarbij naar de voorgeschiedenis te kijken. Met zijn boek wil hij bijdragen aan een evenwichtiger beeld, maar geenszins de misdrijven van de militairen goedpraten. In Argentinië zijn die intensiever vervolgd en berecht dan vrijwel alle andere dictaturen, en dat strekt het land tot eer, stelt Craanen. Maar de Argentijnse samenleving en politiek hebben gefaald om parallel aan die gerechtigheid iets van nationale verzoening te bereiken. Voor- en tegenstanders van de dictatuur staan nog als onverzoenlijke vijanden tegenover elkaar.

Afwezige aanwezige

De auteur probeert antwoorden te vinden op de vraag hoe Argentinië heeft kunnen vervallen tot een land van haat, intolerantie en geweld. Tussen 1860 en 1930 was het een van de rijkste landen van de wereld met een voor die tijd tamelijk goed functionerend elitair-democratisch stelsel. Nog in 1950 stond het 13e op de economische wereldranglijst, maar tegenwoordig moet het genoegen nemen met de 51ste plaats. Nu is Argentinië een “verongelijkte natie”, die terugverlangt naar de tijd toen alles beter was en anderen de schuld geeft van de ellende.

Volgens Craanen heeft vooral het peronisme, de Argentijnse variant van het populisme, Argentinië naar de afgrond geleid. Als leider van een anti-elitaire massabeweging won kolonel Juan Perón in 1946 de presidentsverkiezingen. In 1955 werd hij door de militairen afgezet. In ballingschap bleef hij als een soort ‘afwezige aanwezige’ de Argentijnse politiek beheersen. In 1973 keerde hij terug uit ballingschap om nog een jaar president te worden. Het peronisme kent geen uitgesproken politieke ideologie, maar is volgens Craanen een “unieke cocktail van nationalisme, fascisme, socialisme, autoritarisme, cliëntelisme, rancune en bestuurlijke onverantwoordelijkheid.” Net als andere populisten menen peronisten dat ze het echte ‘volk’ vertegenwoordigen. Mensen met andere politieke opvattingen zijn geen tegenstanders, maar vijanden van het volk. Sinds Perón kent Argentinië een scherpe tegenstelling tussen peronisten en antiperonisten.

Guerrilla

In 1973, toen Perón in 1973 opnieuw president werd, was het land al in de ban van politiek gemotiveerd geweld met ontvoeringen en moorden. Geïnspireerd door de Cubaanse revolutie streden vooral uit jongeren bestaande groepen als de links-peronistische Montoneros en het ERP (Revolutionair Volksleger) tegen de militairen, fascistische terreurgroepen én de peronistische regering. Na de dood van Perón in 1974 kregen militairen in een steeds meer op een burgeroorlog lijkend conflict de vrije hand om de uit minstens tienduizend gewapende strijders bestaande linkse guerrillagroepen uit te schakelen.

Toen de militairen in maart 1976 ook formeel de macht grepen, waren weinig mensen in Argentinië of daarbuiten daar rouwig over. Wat zich in jaren daarvoor als gewelddadige waanzin had afgespeeld, gaf geen hoop op een rechtvaardiger samenleving. Daarom riep de staatsgreep nauwelijks verontwaardiging op. Heel anders dan bij Chili, waar de militairen in 1973 een einde hadden gemaakt aan de democratische weg naar het socialisme van president Allende.

Tijdens de dictatuur van 1976 tot 1983 zetten de militairen hun ‘vuile oorlog’ tegen ‘subversieven’ voort. Daarbij lieten ze er zo’n tienduizend ‘verdwijnen’, waarbij Craanen helder uitlegt hoe het vaak genoemde getal van dertigduizend in de wereld is gekomen. Na de aftocht van de militairen en het herstel van de democratie in 1983 werden processen gevoerd tegen de hoogste verantwoordelijke militairen, vervolgens stopgezet en vanaf 2005 op veel grotere schaal hervat.

Europese jongeren

Zelden heeft een land zo systematisch de misdaden van een dictatuur in eigen land berecht. Craanen noemt dat een verdienste van Argentinië, maar ziet daar omheen ook minder gunstige ontwikkelingen. De peronistische presidenten Néstor Kirchner en daarna zijn vrouw Christina Kirchner (2003-2015), die zich nooit om mensenrechten hadden bekommerd, gebruikten die rechten opportunistisch om hun eigen macht te vergroten. Hun populistische taal leidde tot verdere polarisatie in plaats van verzoening. Militairen én leiders van de linkse guerrillagroepen hebben nooit fouten erkend of afstand genomen van hun gewelddaden. Via mensenrechtenorganisaties, gesteund door de Kirchners, werd een eenzijdig geschiedbeeld dominant, een soort nieuwe officiële geschiedenis. Daarin waren de militairen de enige schuldigen en de linkse guerrillastrijders niet alleen onschuldige slachtoffers, maar ook helden, strijders voor een rechtvaardiger samenleving. Craanen wil dit beeld corrigeren. Het maakt de recente Argentijnse geschiedenis grotendeels onbegrijpelijk, versterkt de polarisatie en belemmert verzoening en samenwerking.

Craanen vertelt over dit alles een duidelijk verhaal. Op zijn zoektocht naar verklaringen maakt hij allerlei vergelijkingen. Dat is prijzenswaardig, ik houd erg van vergelijkingen, niet om verschijnselen aan elkaar gelijk te stellen, maar om ontwikkelingen te begrijpen die onvoldoende vanuit het betreffende land of situatie zelf verklaard kunnen worden. Maar dan moet je wel systematisch en met kennis van zaken vergelijken, en duidelijk maken wat die vergelijkingen opleveren. Daar schort helaas wel wat aan.

Zo verheldert een stuk over de revolutionaire gezindheid van veel jongeren in Europa en de Verenigde Staten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw weinig. Door de nadruk op een paar voorbeelden lijkt de geweldbereidheid- en verering groter dan die destijds was. Er was toen niet toevallig zoveel enthousiasme voor de Chileense weg naar het socialisme, omdat die juist niet op geweld was gebaseerd. En het verhaal over de Europese jongeren verklaart niet waarom juist Argentinië in zo’n geweldsspiraal terechtkwam.

Ontsporing

Een apart hoofdstuk gaat over hoe de buurlanden Brazilië, Chili en Uruguay, die soortgelijke militaire dictaturen kenden, hun dictatoriale verleden hebben verwerkt. De veel zwakkere linkse guerrillabewegingen in Brazilië en Uruguay hebben later hun fouten erkend en gekozen voor de democratische politiek. Twee voormalige guerrillastrijders, Dilma Rousseff en José Mujica, werden in die landen zelfs tot president gekozen. Dat heeft volgens Craanen sterk bijgedragen aan een redelijk succesvolle verzoening, in tegenstelling tot in Argentinië. Dat kan zeker hebben geholpen, maar zonder een meer systematische vergelijking met die drie andere landen, is het moeilijk overtuigende verklaringen te vinden voor de historische en actuele ontsporing van Argentinië.

Bovendien blijkt de kennis van Craanen van deze landen beperkt. Over Chili kwam ik tien feitelijke onjuistheden tegen en over Uruguay – waar ik minder van weet – vier. Drie voorbeelden over Chili: Een: Craanen schrijft dat Allende in 1970 door een kleine meerderheid van de bevolking tot president werd gekozen; nee, hij kreeg maar 36 procent van de stemmen. Twee: Bij de staatsgreep van Pinochet tegen Allende van 1973 vielen tientallen doden; het waren er van september – december 1973 in werkelijkheid ruim 1800. Drie: Toen er in 1990 een gekozen president kwam, werd oud-dictator Pinochet ‘senator-voor-het-leven’; hij bleef echter legercommandant en kon volgens zijn eigen nog geldige grondwet niet door de president worden ontslagen of met pensioen worden gestuurd. Vanuit die positie kon hij angst zaaien en dreigen met een nieuwe staatsgreep. Pas toen hij in 1998 (83 jaar oud) met pensioen ging, werd hij senator.

Wereldrecord

Dit hoofdstuk ‘Ondertussen bij de buren’ eindigt daarom helaas zonder conclusie of een nieuw inzicht in het verval van Argentinië. Wel worden hier, net als elders in het boek, Craanens – meestal begrijpelijke - sympathieën en antipathieën duidelijk. Hij heeft grote waardering voor Alfonsín, de niet-peronistische president die in 1983 met zijn besluit om de mensenrechtenschenders te vervolgen “de prille democratie in Argentinië een onschatbare dienst heeft bewezen”. Ook over Dilma Rousseff, José Mujica, de Chileense president Michelle Bachelet en een paar tot inzicht gekomen Montoneros laat hij zich positief uit. Maar van Perón zelf en de latere peronistische presidenten Carlos Menem en de beide Kirchners moet hij niets hebben. Dat geldt ook voor Hebe de Bonafini, de geweld, linkse dictaturen en de Kirchners verheerlijkende autoritaire voorzitster van de afgescheiden groep van de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo, die iedere poging tot verzoening in de kiem smoort.

Craanen concludeert dat er in Argentinië sinds de dictatuur niets ten goede is veranderd, behalve dat voor een militaire staatsgreep niet meer gevreesd hoeft te worden. Hopelijk is dat te pessimistisch. Hij heeft gelijk dat onverdraagzaamheid, vijandbeelden en machtsmisbruik nog alom aanwezig zijn. Maar toch, na de extreem beroerde voorgeschiedenis tussen 1930 en 1983 met een wereldrecord aan staatsgrepen, staat de democratie nog steeds overeind. De diepe crisis van 2001-2002 werd politiek opgelost, er worden regelmatig verkiezingen gehouden en presidenten dragen hun ambt over aan gekozen kandidaat van de oppositie. Dat was een eeuw lang ondenkbaar. Er zijn media met uiteenlopende opvattingen en voor- en tegenstanders van de regering gaan regelmatig massaal de straat op. Meer dan eerder hechten Argentijnen aan democratie en vrijheid. Het is allemaal verre van perfect, maar wel degelijk vooruitgang.

‘Struikrover’

Ongetwijfeld is de diplomaat Craanen blij dat hij zich als gepensioneerde nu vrijelijk kan uiten over president Menem, die hij in 1998 zijn geloofsbrieven moest aanbieden: “Een personage uit een Zuid-Amerikaanse magisch-realistische roman… Eerder een struikrover dan een kandidaat voor het presidentschap… een onbetwiste leider wiens stijl van regeren het midden hield tussen die van een oosterse satraap, een Italiaanse padrino en een Zuid-Amerikaanse caudillo.”

Het is een toegankelijk en met gepast gevoel voor humor geschreven boek, waarin het beroemde verhaal over het gezeul met het lijk van Evita - de mythische vrouw van Perón tijdens zijn eerste presidentschap - niet ontbreekt. De auteur is betrokken, geeft heldere informatie over in Nederland betrekkelijk weinig bekende of omstreden achtergronden van de dictatuur en snijdt belangrijke thema’s aan, zoals het vinden van een balans tussen gerechtigheid en verzoening. Ondanks een paar zwakkere punten is het boek voor geïnteresseerden in Argentinië of in dat thema zeker een aanrader.

Jan Edward Craanen, Ooit hadden we een vaderland. Het verdriet van Argentinië, Uitgeverij Podium, Amsterdam, 2017, 320 pag. ISBN 9789057598432, €21,50

Gepubliceerd op 18 augustus 2017


Terug