Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Porto Marie 1738 - 1795 - 1888

Auteur : Federico Besamusa
Land : Curaçao

Porto Marie 1738 - 1795 - 1888

Op zondag 9 juni 2013 overleed Els Langenfeld. Enkele weken daarvoor maakte ze haar debuut als romanschrijfster met Porto Marie 1738 – 1795 – 1888. Tegen het decor van de Grote Gebeurtenissen uit de geschiedenis zoals kolonialisme, de trans-Atlantische slavenhandel en de emancipatie, beschrijft ze hoe de gewone man zelf richting aan het leven geeft in het Curaçao van 1738, 1795 en 1888. De datum van publicatie is geen toeval. Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat de slavernij officieel op Curaçao werd afgeschaft.

Els Langenfeld is bekend geworden door haar bijdragen aan de Curaçaose heemkunde in ondermeer het Antilliaans Dagblad, waarvan verschillende bijdragen zijn gebundeld in de aanbevelingswaardige serie Verhalen uit het Verleden. Haar interesse lag vooral bij de  levensgeschiedenissen van de ‘kleine luyden’ in het oude Curaçao. Samen met onderzoekers als Han Jordaan en auteurs als Carel de Haseth (Shon i Katibu) heeft ze het bestaande beeld van de pre-industriële Curaçaose samenleving, die zich zou kenmerken door een kastesysteem, behoorlijk genuanceerd.

Waar de socioloog Hoetink de maatschappij in segmenten beschreef en ieders sociale positie in de eerste plaats koppelde aan huidskleur, - ofschoon hij dat beeld in latere publicaties bijstelde - suggereren Langenfeld en anderen dat het individuele handelen van mensen bepalend was voor hun positie in de oude samenleving. Anders gezegd, de sociale mobiliteit was veel groter dan verondersteld. Deze moderne opvatting vindt de lezer ook terug in Porto Marie. De vraag die dan rijst is of Langenfeld erin slaagt deze zienswijze om te zetten in een roman. Het antwoord is ja, ten dele.

Het boek leest als een trein, vanwege de korte ronde zinnen. De opbouw is helder; het kolonialisme, de slavernij, de slavenopstand van Tula en de emancipatie vormen de context waarin een beperkt aantal personages wordt gevolgd. Langenfeld slaagt erin mannen en vrouwen van vlees en bloed neer te zetten, met eigen ideeën en ambities en doorbreekt zo het beeld van de vormloze zwarte massa. Maar waar de gekleurde personages ‘round’ zijn, lijkt het alsof de blanken een massa gedegenereerden vormt. Met uitzondering van de districtmeester Shon Eskildsen en Kapitein Westerholt, in wie nog een zweempje menselijkheid valt te bespeuren, zijn de beschrijvingen van de blanke Compagniesoldaten en Van Uytrecht ronduit karikaturaal, of stereotiep in het geval Shon Rojer; een koloniale geilaard die jonge zwarte vrouwen bespringt op en rond het Grote Huis.  

Gelachen

Toch, in totaliteit slaagt Langenfeld erin onze blik te verruimen . Met een goed verhaal toont ze dat zwart nooit automatisch solidair was met zwart. Flexibele loyaliteiten en eigengewin maakten de realiteit complexer dan de Grote Geschiedenis ons wil laten geloven. Daarnaast is het boek een feest van herkenning voor geïnteresseerden in de oude Curaçaose samenleving, aangezien ze de verhalen heeft aangekleed met op de werkelijkheid gebaseerde namen en fenomenen.

Porto Marie bestaat uit drie verhalen die gedurende drie periodes de levensmomenten van individuen beschrijven die zijn verbonden aan de plantage Porto Marie.
Langenfeld begint de bundel in 1738 met het verhaal van Mbambo, een recent gearriveerde Afrikaan op Curaçao die werkt op de plantage. De niet fijnzinnig beschreven overtocht ligt nog vers in zijn geheugen. Via flarden uit het verleden die te pas en te onpas opborrelen, krijgt de lezer weet van de persoonlijke achtergrond van de man. Dat hij een vrouw en kinderen heeft. Kortom, Langenfeld beschrijft hem als een individu die zelf zijn (trieste) lot bepaalt.

Het tweede verhaal speelt zich af in 1795 tijdens de grote slavenopstand onder leiding van Tula. In dit verhaal benadrukt Langenfeld dat de scheidslijnen tussen zwart en wit eerder pragmatischer lagen dan principieel. Natuurlijk, de opstand van 1795 betrof zwart tegen wit, maar de auteur toont een andere kijk als ze vaststelt dat van automatische solidariteit geen sprake was. Aan de blanke kant vochten veel zwarten. En aan de zwarte kant was vrijheid niet direct de belangrijkste motivatie voor deelname aan de opstand.

Na de tranen van de eerste twee verhalen is het de beurt aan de lach in het derde verhaal. Of misschien is leedvermaak beter geformuleerd, want wat heb ik gelachen op de laatste pagina. Ook hier weer hetzelfde principe, gebeurtenissen uit de Grote Geschiedenis worden teruggebracht naar de leefwereld van de kleine man en ook hier toont Langenfeld dat gedachten en handelingen van de kleine man ons meer vertellen over de geschiedenis dan alle bibliotheken en geschiedschrijvers ooit hebben kunnen hopen.

Els Langenfeld,Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem, 2013, ISBN 9789062658169, 287 pag., €19,50


 


Terug