Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Slavernij en vrijheid op Curaçao

De dynamiek van een achttiende-eeuws Atlantisch handelsknooppunt

Auteur : Federico Besamusca

Slavernij en vrijheid op Curaçao

In Slavernij en Vrijheid op Curaçao De dynamiek van een achttiende-eeuws Atlantisch handelsknooppunt behandelt de Nederlandse historicus Han Jordaan de maatschappelijke en economische opkomst van de vrije zwarte en gekleurde bevolking op het eiland tijdens de achttiende eeuw. Hij baseert zich op archiefmateriaal en biedt een rijk geschakeerd beeld van de Curaçaose slavenmaatschappij uit de 18e eeuw en concludeert dat slaven een actievere rol in hun eigen vrijlating hadden dan werd verondersteld. Ondanks beperkende en vernederende wetgeving wisten sommige vrije nakomelingen een zekere mate van welvaart en status te vergaren.

Jordaan zou je kunnen beschouwen als discipel van de ‘nieuwe school’ van onderzoekers van de koloniale geschiedenis van Curaçao. De ‘oude school’, vertegenwoordigd door publicisten als Hoetink, Van Meeteren, Hamelberg en Renkema,  legt de nadruk op hoe primair huidskleur en vervolgens afkomst, welstand en religie iemands sociale positie en kansen ofwel lot bepaalden. De nieuwe school daarentegen benadrukt juist het individuele keuzeproces, ingegeven door de omstandigheden van het moment. Deze benadering zien we ook bij publicisten als wijlen Els Langenfeld, Carel de Haseth, Buddingh’,  en Rupert. In plaats van uit te gaan van een onveranderlijke koloniale zwart(slaaf)-wit(meester) orde, leggen deze hedendaagse geschiedschrijvers meer nadruk op mogelijkheden die mensen hadden om zelf invulling te geven aan het dagelijkse bestaan.

Sterk punt van deze benadering is dat het denken in groepen wordt doorbroken. We leren individuen kennen met schitterende namen als Policarpus Overlijn. Tegelijkertijd wil ik waarschuwen voor een gevaar dat in de benadering schuilt, namelijk dat gezien de relatief grote bewegings- en handelingsvrijheid van Curaçaose slaven in het 18e eeuwse Willemstad het beeld ontstaat van ‘zo slecht hadden ze het niet’. Of in de woorden van Hoetink ‘Curaçao kende een milde vorm van slavernij’.

 

Onderschat

Inleidend in Slavernij en vrijheid stelt Jordaan dat binnen onderzoek naar de Atlantische slavenhandel en slavernij in de koloniale samenlevingen in de Amerikaanse regio het fenomeen manumissie – vrijlating of vrijgeving - en de positie van de gemanumitteerden en hun vrije nakomelingen slechts summier worden belicht. In de Nederlandse Cariben richt onderzoek naar manumissie en de positie van vrijen zich vooral op koloniaal Suriname.

Jordaan bekijkt hoe tijdens de 18e eeuw op Curaçao slaven en vrijen zelf richting gaven aan hun bestaan. Hij gaat daarbij uit van de bestaande veronderstellingen in Het Patroon van de oude Curaçaose samenleving van de Nederlandse socioloog Hoetink. Simpel gezegd stelt Hoetink dat slaven niet of nauwelijks betrokken waren bij hun eigen vrijlating. Eenmaal vrijgelaten wachtte hem of haar een armoedig en sociaal geïsoleerd bestaan, waar de voormalig slaaf zelf weinig aan kon veranderen. Blanken hielden de rangen gesloten, zowel op het platteland als in de stad, gelijk de landeigenaren, schippers en handelaren. Armoedig vanwege de schaarse landbouwmogelijkheden op het platteland en de concurrentie in de stad. Sociaal geïsoleerd omdat in de ogen van de blanken de vrijen ondefinieerbare groep vormden, in tegenstelling tot henzelf of de slaven. Jordaans boodschap is helder: dit beeld klopt niet. De rol die de niet-blanke vrije bevolking zelf ondernam om uit slavernij te geraken en daarna hogerop te komen is zwaar onderschat.

 

Kansen

Het eerste hoofdstuk biedt een algemene introductie tot de kolonie. Meteen is attentie geboden, vanwege de schat aan literatuursuggesties en gegevens uit het archief. In hoofdstuk 2 volgt een uitvoerige en bovenal instructieve bespreking van de verschillende verschijningsvormen van manumissie. Jordaan stelt dat, zich baserend op 2800 bewaarde vrijbrieven uit de 18e eeuw, dat slaven hier veelvuldig zélf het initiatief toe namen. In plaats van een passieve groep die vrijlating ‘ondergaat’ als gevolg van economische malaise waarin de meester verkeerde, zoals Hoetink het stelt, toont Jordaan aan dat slaven actief manieren zochten om hun vrijheid te verkrijgen. En dat de beste mogelijkheden hiervoor juist in de economie lagen. “De stad en in bredere zin, de op scheepvaart gerichte economie, bood slaven volop kansen om een eigen inkomen te verdienen en uiteindelijk met gespaard geld vrijheid te kopen, de eigen vrijheid of die van een naast familielid of vriend.”

 

Verstekeling

Hoofdstuk 3 behandelt vrijheid zonder formele manumissie, ofwel zonder toestemming van de meester. Jordaans beschrijving van de gevluchte slaaf Paap naar de Republiek der Verenigde Nederlanden is veelzeggend. Paap was een boesaal, een in Afrika geboren slaaf. In Axim, gelegen in het huidige Ghana. Als kleine jongen kwam hij op Curaçao aan. In 1734 liep hij weg en vertrok als verstekeling op een schip met bestemming Nederland. In Zeeland ging hij aan boord van een schip met een nabij Axim gelegen bestemming. Abraham Visscher, de man die Paap bezet en had laten opleiden tot timmerman, spaarde koste noch moeite om hem terug te halen uit Nederland, waar formeel geen slavernij bestond. Visscher verzoekt de kapitein dat als hij de kust van Guinee, huidig West-Afrika, aandoet hij ook naar Axim reist, daar de vader van Paap zoekt en hem zijn zoon verkoopt voor het bedrag van 400 pesos. Een Amsterdamse zaakwaarnemer van Visscher die de kapitein van het Curaçaose schip opspoorde en medewerking eiste inzake de aanhouding en terugzending van Paap, kreeg als antwoord: ‘de neger is soo vrij in Zeeland als gij in Amsterdam.’

 

Schizofreen

Al kort na het ontstaan van de kolonie Curaçao in 1634 waren er al vrijgeboren en vrijgelaten zwarten en gekleurden op het eiland. In een maatschappij waar huidskleur zwaarder woog dan juridische status, rijst de vraag in hoeverre deze vrije niet-blanken ook daadwerkelijk ‘vrij’ waren. Jordaan geeft een opsomming uit de zogenaamde plakkaatboeken, een soort van officiële gedragsregels. Rust, orde en veiligheid vormden de leidraad voor het witte gezag en de witte burgerij die de vrije bevolking spottend ‘vrije slaven’ noemde.

Er waren, ondanks de ronduit vernederende en racistische regelgeving, toch vrijen en slaven die reeds in de late zeventiende eeuw vermogen hadden opgebouwd. Gaandeweg de 18e eeuw onstaat er in het stadsdeel Otrobanda in Willemstad een multi-etnische gemeenschap van zowel donkere als blanke katholieken, met een bovenlaag van in de ogen van het blanke lokale bestuur ‘gegoede en magtige’ families, zoals Lingstuijl, Namgurb, Lixraven, Koningh en Beltran. Dit is mijn lievelingshoofdstuk, omdat het schizofrene karakter van de samenleving hier het duidelijkste naar voren komt.

Hoofdstuk 6 behandelt de rol van de niet-witte bevolking in de ordehandhaving en het koloniaal defensieapparaat. Omdat de Europeanen veelal kort na aankomst stierven door de gele koorts, werden al vanaf de vroege 18e eeuw slaven ingezet bij de verdediging. Kostelijk zijn de eerste alinea’s waarin Jordaan de uit Europa afkomstige WIC-soldaten beschrijft.

Met dit werk heeft Jordaan een interessant en degelijk boek geschreven over Curaçao, dat een ander licht werpt op een belangrijk onderdeel van haar geschiedenis.

 

Han Jordaan, Slavernij en vrijheid op Curaçao. De dynamiek van een achttiende-eeuws Atlantisch handelsknooppunt, Walburg Pers, Zutphen, 2013, ISBN 9789057309236, 320 pagina’s, € 39,50


Terug