Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

The New Brazil. Regional Imperialism and the New Democracy

Auteur : Jan de Kievid

The New Brazil. Regional Imperialism and the New Democracy

Eind 2004 bezochten hoge Braziliaanse militairen Vietnam om de guerrillatechnieken te bestuderen waarmee de Vietnamezen in de jaren zeventig de Verenigde Staten hadden verslagen. Ze deden dat niet om te leren eventuele revolutionaire guerrillero’s in Brazilië te bestrijden. Nee, ze wilden weten hoe ze zelf een guerrilla moesten voeren als de VS zich meester zouden proberen te maken van de bodemschatten van Amazonië.

Het is een verrassend detail in het nieuwe boek The New Brazil. Regional Imperialism and the New Democracy van Raúl Zibechi. Deze Uruguyaanse onderzoeker en activist heeft al een indrukwekkende reeks publicaties over sociale bewegingen in Latijns Amerika op zijn naam staan. Daarbij bestudeert hij ook de veranderende maatschappelijke en politieke verhoudingen waarbinnen die bewegingen moeten opereren. Dit boek draagt hij op aan Latijns-Amerikaanse bewegingen die zich verzetten tegen onderdrukking - en tegen het nieuwe imperialisme. 

Geen marionetten VS

Zibechi begint met een oude vraag: Kunnen ontwikkelingslanden hun afhankelijkheid van de rijke kapitalistische imperialistische landen doorbreken en zich zelfstandig ontwikkelen? De Braziliaanse dependencia-theoreticus Ruy Mauro Marini meende rond 1970 dat sommige grote landen daarin gedeeltelijk zouden kunnen slagen. In Latijns Amerika zou Brazilië zo’n subimperium kunnen worden, met op zijn beurt afhankelijke kleinere landen in de regio. Marini verwachtte echter geen einde aan de hegemonie van de VS. Subimperia zouden zich maar beperkt en nog steeds afhankelijk kunnen ontwikkelen, onder een militaire dictatuur. Het is echter heel anders gelopen, betoogt Zibechi.

In detail beschrijft hij hoe Braziliaanse politici en militairen reeds vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw doelgericht streefden naar een sterke internationale positie. Voorlopig hoogtepunt daarvan vormde de militaire dictatuur van 1964 tot 1985. Anders dan vaak wordt gedacht, waren de Braziliaanse militairen geen marionetten van de VS. Het einde van de dictatuur en het aantreden van de linkse regeringen vanaf 2003 van Lula en Dilma Rousseff van de PT (Arbeiderspartij) maakten geen einde aan dit streven. Integendeel, het werd met grote inzet voortgezet.

Daarbij traden wel ingrijpende maatschappelijke en politiek veranderingen op. De traditionele elites van grootgrondbezitters, industriëlen en militairen werden niet vervangen door nieuwe groepen, maar dit gezelschap werd uitgebreid met topambtenaren en vakbondsleiders. Tijdens het presidentschap van Lula bezetten aan de PT verbonden vakbondsleiders bijna de helft van de 1200 politieke vertrouwensposities. Met hun topposities bij de overheid, staatsbedrijven en pensioenfondsen kregen vakbondsleiders grote invloed op het sociaaleconomisch beleid, in nauwe samenwerking met grote ondernemers en militairen.

Atoombom

Een uitgangspunt daarbij is dat, als Brazilië een grootmacht wil worden, de staat de belangrijkste beslissingen in handen moet houden. Lula draaide een aantal privatiseringen van zijn voorganger Fernando Henrique Cardoso terug. In de belangrijkste particuliere bedrijven heeft de staat een flinke vinger in de pap. Om te voorkomen dat buitenlandse multinationals te veel invloed zouden krijgen, stimuleerde Lula het ontstaan van grote Braziliaanse multinationals. Met succes, die bedrijven dringen steeds meer op in andere Latijns-Amerikaanse landen, Afrika en Azië. De grootmachtstrategie berust op een aantal peilers: industriële groei, stuwdammen voor energie, openleggen van het Amazonegebied, ontwikkeling van wegen en infrastructuur en exploitatie van de kolossale olievoorraden onder de zeebodem voor de kust. Dat alles ondersteund door armoedebestrijding en militaire kracht. In acht jaar presidentschap verhoogde Lula het militaire budget met 45 procent, net zo veel als in 21 jaar militaire dictatuur. Bij sterke strijdkrachten hoort uiteraard een nationale wapen- en vliegtuigindustrie. Brazilië heeft de grondstoffen en kennis om een atoombom te maken.

Machtsblok

Nieuwe stuwdammen in Amazonië moeten zorgen voor de groeiende energiebehoefte van de industrie en de uitdijende steden. Ze veroorzaken ook ecologische rampen. Als werknemers bij de dammen staken tegen de beroerde arbeidsomstandigheden, helpen vakbonden hen niet. Vakbondsleiders zitten in de leiding van de bouwbedrijven en van de pensioenfondsen die investeren in de dammen. Protesterende arbeiders vinden daarom ondernemers, overheid en vakbonden tegenover zich, allemaal onderdeel van het nieuwe machtsblok.

Brazilië rukt al jaren op in de kleinere buurlanden. Braziliaanse ondernemers hebben 43 procent van de belangrijke vleesexport van Uruguay in handen; Brazilianen controleren 90 procent van de sojaproductie in Paraguay en bezitten 53 procent van het bouwland. In Bolivia heeft Brazilië grote invloed op infrastructurele werken, wat leidt tot conflicten met inheemse groepen. Deze landen lijken een soort ‘achtertuin’ van Brazilië te worden, zoals Midden-Amerika van de VS. Jarenlang zag Brazilië vooral Argentinië als een gevaarlijke concurrent, maar nu is dat een strategische bondgenoot. Gevaarlijk acht men eerder de VS, die met hun War on Drugs en Plan Colombia te dichtbij komen. De Braziliaanse militairen hebben de VS nooit vertrouwd, daarom bezoeken ze Vietnam.

Hegemonie

Zibechi is voorzichtig in zijn conclusies over de vraag of grote ontwikkelingslanden zich zelfstandig kunnen ontwikkelen, maar laat doorschemeren dat Brazilië eerder een imperialistische mogendheid lijkt te worden dan een subimperialistische. De hegemonie van de VS over Zuid-Amerika is doorbroken, de Unie van Zuid-Amerikaanse Staten (UNASUR) waarin Brazilië de eerste viool speelt, is belangrijker geworden dan de door de VS gedomineerde Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Brazilië drijft tegenwoordig meer handel met China dan met de VS. Om een (sub)imperium te worden, is geen militaire dictatuur meer nodig, want Brazilië kent al dertig jaar gekozen regeringen.

In enkele decennia zijn in Brazilië en internationaal de verhoudingen grondig gewijzigd. De overgang in Zuid-Amerika van de ene hegemoniale macht (de VS) naar een andere (Brazilië) biedt volgens Zibechi kansen om de machtsverhoudingen ten gunste van de bevolking te veranderen. Braziliaanse sociale bewegingen kunnen nu makkelijker samenwerken met die in andere landen, omdat ook daar grote groepen worden getroffen door de Braziliaanse expansiedrift.

Zibechi erkent dat zoiets gemakkelijker is gezegd dan gedaan. Veel traditionele strijdbaarheid in Brazilië is verdwenen. Onder Lula waren er veel minder stakingen dan in de jaren ervoor. Ook het aantal landbezettingen van de grote landlozenbeweging MST is teruggelopen. Er zijn daarvoor structureel minder mogelijkheden en mensen hebben meer kans om elders geld te verdienen. Ook de – mede door overheidsuitkeringen – verminderde armoede en de licht afgenomen inkomensongelijkheid hebben mensen minder strijdbaar gemaakt.

Horizontaal

Dit boek verscheen oorspronkelijk in 2012 in het Spaans en Portugees. In de Engelse editie heeft Zibechi een hoofdstuk toegevoegd over grote stedelijke protesten in juni 2013. Tot veler verrassing gingen mensen toen massaal de straat op om onder andere gratis openbaar vervoer te eisen. Deze nieuwe bewegingen keren zich tegen het hiërarchische en bureaucratische model van vakbonden en politieke partijen en volgens Zibechi zijn ze uitgesproken antikapitalistisch. Hoewel ze horizontaal georganiseerd zijn, blijken ze landelijk acties op elkaar te kunnen afstemmen. Zibechi keert zich tegen het idee dat dit ‘spontane’ bewegingen zijn of dat ze zich hebben ontwikkeld via ‘netwerken’. Ze zijn het resultaat van langdurig en geduldig organisatie- en bewustwordingswerk aan de basis. Volgens Zibechi kan samenwerking van de Braziliaanse stedelijke en rurale bewegingen leiden tot een kwalitatieve sprong vooruit in de strijd tegen onderdrukkende maatschappelijke en politieke systemen in Latijns Amerika.

Zibechi heeft een buitengewoon interessant boek geschreven, uitstekend gedocumenteerd en met duidelijke lijnen en verbanden. Zijn onderzoek is radicaal links geïnspireerd, maar hij schrijft en analyseert zakelijk en informatief, zonder dogmatisme, complottheorieën of gescheld op ‘verraders’ van de arbeidersklasse. Dat verschaft de lezer veel inzicht en sociale bewegingen de informatie die ze nodig hebben om hun kansen in te schatten, doelen en strategieën te bepalen en mensen te mobiliseren. Het moeilijkste punt blijft hoe die sociale bewegingen echt kunnen bijdragen aan een samenleving waarin niet geld en macht domineren, maar die kansen en vrijheden voor iedereen biedt.

Raúl Zibechi, The New Brazil. Regional Imperialism and the New Democracy. Edinburgh, Oakland, Baltimore: AK Press, 2014. 360 pag. ISBN 978-1-84935-168-3. €18,50.


Terug