Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

The New Extractivism. A Post-Neoliberal Development Model or Imperialism of the Twenty-First Century?

Auteur : Jan de Kievid

The New Extractivism. A Post-Neoliberal Development Model or Imperialism of the Twenty-First Century?

Het laatste decennium is de Latijns-Amerikaanse economie nog sterker afhankelijk geraakt van de uitvoer van primaire producten: grondstoffen en agrarische producten. Over dit nieuwe ‘extractivisme’ hebben Henry Veltmeyer en James Petras een belangwekkend boek samengesteld: The New Extractivism. A Post-Neoliberal Development Model or Imperialism of the Twenty-First Century? Het staat niet in de titel, maar dit boek gaat vrijwel geheel over Latijns Amerika.

Petras en Veltmeyer zijn bekende links-radicale sociale wetenschappers uit de Verenigde Staten en Canada. Ook de auteurs van de zes landenhoofdstukken, die bijna allemaal bij Latijns-Amerikaanse universiteiten werken, zijn links georiënteerd. Dat het extractivisme is toegenomen, wordt echter ook erkend door rechtse wetenschappers en politici. Zo is tussen 2004 en 2011 het aandeel van primaire producten in de Latijns-Amerikaanse export gestegen van 46 naar 61 procent. In landen als Bolivia, Chili, Ecuador, Peru en Venezuela is dat nu zelfs 89 tot 95 procent. Over de betekenis en waardering van dit proces lopen de meningen echter ver uiteen. Daarop gaan de redacteuren in hun inleidende en concluderende hoofdstukken uitgebreid in.

 

Niets verbeterd

Dit ‘extractivisme’ is sterk toegenomen in de jaren dat veel in landen linksgeoriënteerde regeringen werden gekozen die verbaal en ook wat praktisch afstand namen van het dominante neoliberale model. Deze regeringen zorgden voor meer staatsinvloed op de economie en hogere sociale uitgaven. Dat beleid was vaak redelijk succesvol: minder armoede en iets minder ongelijkheid. Dat was mede mogelijk door flinke economische groei, die weer te maken had met de enorme grondstoffenvraag uit landen als China. Dat leidde tot hogere grondstoffenprijzen en het op steeds grotere schaal exploiteren van de bodemschatten van het continent, vooral door buitenlandse ondernemingen. Die ondernemingen moeten nu wat meer winstbelasting betalen dan eerder het geval was.

Sommige mensen zien hierin het ontstaan van een postneoliberaal ontwikkelingsmodel dat, in tegenstelling tot het neoliberale, aan grote delen van de bevolking ten goede komt. Er zijn zeker negatieve ecologische effecten, maar in een goede kosten-baten-afweging kunnen die door economische groei redelijk geneutraliseerd worden.

Veltmeyer en Petras geloven daar niks van. Er is geen nieuw ontwikkelingsmodel, maar we beleven een nieuwe fase van het imperialisme, waarbij een beperkt aantal rijke landen met hun multinationale ondernemingen arme landen uitbuiten en economisch en (indirect) ook politiek overheersen. Er is niets wezenlijks verbeterd, en als de grondstofprijzen weer dalen, blijft er weinig geld over voor sociaal beleid. Daarvoor hebben regeringen belastinggeld van de buitenlandse bedrijven nodig, en daarmee zijn de nationale staten sterk afhankelijk geworden van die ondernemingen.

 

Dezelfde belangen

Sterker nog, ze hebben in de praktijk dezelfde belangen gekregen. Dat wordt zichtbaar bij de grote sociale conflicten die dit nieuwe extractivisme heeft opgeroepen. Waar mijnen worden aangelegd, raken de ondernemingen vaak in conflict met de lokale, veelal inheemse bevolking. In een proces van land grabbing worden boeren van hun land verdreven, raken mensen hun inkomstenbronnen kwijt en worden water en grond vervuild, zonder dat daar veel tegenover staat. Als de conflicten hevig worden, kiest de nationale staat vrijwel altijd partij voor de mijnbedrijven, zo nodig met geweld. Daarbij maakt het niet veel uit of de regeringen neoliberale uitgangspunten volgen (Mexico, Colombia) of zich daarvan voorzichtig (Brazilië, Chili, Uruguay, Argentinië) of wat uitgesprokener (Bolivia, Ecuador) hebben gedistantieerd. Regeringen criminaliseren sociale bewegingen van de lokale bevolking en maken hen uit voor ‘milieuextremisten’ en ‘terroristen’.

 

Valkuil

Veltmeyer en Petras concluderen dan ook “dat het extractieve kapitaal zorgt voor een verouderde en roofzuchtige vorm van kapitalisme dat geen voorwaarden kan scheppen voor echte vooruitgang en duurzame ontwikkeling.” Het zogenaamde postneoliberale ontwikkelingsmodel is feite een valkuil. Het roer moet radicaal om: “Substantiële sociale verandering en structurele transformatie vereisen de mobilisering van verzetsbewegingen die naar socialisme streven en niet alleen zijn verenigd tegen het neoliberalisme, maar ook tegen het onderliggende kapitalistische systeem.”

Met zulke perspectieven raken Veltmeyer en Petras in de problemen. Ze geven toe dat de conflicten vooral worden uitgevochten in de rurale gebieden van een sterk geürbaniseerd continent. Maar hoe kunnen zulke geïsoleerde lokale groepen zorgen voor een ondermijning en transformatie van het economisch systeem, zelfs als ze – wat de redacteuren suggereren - een antikapitalistisch bewustzijn hebben. Zulke veronderstellingen worden niet ondersteund in de gedetailleerde landenhoofdstukken. In Peru en andere landen vechten mensen niet voor een revolutie of een ander economisch systeem, maar voor het behoud van hun land, een strijd om te overleven. In Ecuador hebben vooral de stedelijke middenklassen en ook de stedelijke armen geprofiteerd van de hogere belastinginkomsten uit de mijnbouw. Daarom steunen ze het extractiebeleid van president Correa. De conflicten op het platteland zijn voor hen onzichtbaar en raken hen niet. Zo zal geen brede beweging tegen het kapitalisme tot stand komen.

 

Geen vertrouwen

De landenhoofdstukken over Argentinië, Bolivia, Colombia, Ecuador, Mexico en Peru zijn meestal interessant en informatief. Ze vullen het betoog van de redacteuren concreet in, maar bieden weinig ondersteuning voor hun toekomstvisie. Het is jammer dat een hoofdstuk over Venezuela ontbreekt, omdat dat volgens de redacteuren de enige echt postneoliberale staat is in Latijns Amerika. Bovendien streeft Venezuela naar een socialisme dat zowel het kapitalisme als het neoliberalisme overstijgt. Dat vraagt om toelichting, ook in het licht van de huidige ontwikkelingen met Venezuela als het land met de slechtste economische prestaties en de hoogste inflatie van het continent.

Veltmeyer en Petras verwachten alles van sociale bewegingen van onderop. In politieke partijen en ‘linkse’ regeringen hebben ze geen enkel vertrouwen. Behalve in Venezuela zijn die regeringen – ondanks mooie woorden – in feite bondgenoten van het imperialisme geworden. Veltmeyer en Petras en hun medeauteurs maken scherpe en vaak waardevolle analyses, maar hun politieke conclusies zijn nogal simpel en bieden weinig aanknopingspunten voor zowel stapsgewijze als revolutionaire veranderingen.

Henry Veltmeyer en James Petras (red.), The New Extractivism. A Post-Neoliberal Development Model or Imperialism of the Twenty-First Century? Londen/New York: Zed Books, 2014. 308 pag. ISBN 9781789329925, ongeveer € 25,00.


Terug