Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

The Resurgence of the Latin American Left

Auteur : Jan de Kievid

The Resurgence of the Latin American Left

Bijna tweederde van alle Latijns-Amerikanen woont tegenwoordig in een land met een linksgeoriënteerde regering. Dat is volstrekt nieuw. De belangrijkste middelen uit het verleden tegen links, zoals cliëntelisme, militair ingrijpen en repressie, zijn minder effectief geworden. Daarmee is het politieke landschap fundamenteel veranderd, betogen Steven Levitsky en Kenneth M. Roberts in de dikke bundel The Resurgence of the Latin American Left.
Naast een heldere inleiding en conclusie bevat het boek acht thematische en acht landenhoofdstukken. Alle 23 auteurs zijn politicologen, bijna allemaal uit de Verenigde Staten. Drie zijn verbonden aan universiteiten in Argentinië, Uruguay en Venezuela, terwijl ook vijf andere een Latijns-Amerikaanse achtergrond hebben. Hoewel ze het zelden expliciet zeggen, sympathiseren de auteurs met wat in de inleiding als kenmerk van links wordt genoemd: het streven naar verminderen van sociale en economische ongelijkheidheden.

De redacteuren verzetten zich tegen de vaak gehanteerde tweedeling in gematigd of zelfs ‘goed’ links (vooral Brazilië, Chili en Uruguay) tegenover radicaal of ‘verkeerd’ links (vooral Venezuela, Bolivia en Ecuador). Dat is veel te simpel en maakt te veel de indruk of linkse leiders en organisaties in grote vrijheid hun beleid en handelen bepalen, los van historisch gegroeide omstandigheden. Levitsky en Roberts maken een vierdeling op grond van twee criteria: gevestigde organisatie of nieuwe beweging en gedeeld of gecentraliseerd gezag. Onder gedeeld gezag vallen de al oudere gevestigde linkse partijen in Chili, Uruguay en Brazilië en de nieuwe sociale beweging van Morales in Bolivia. Concentratie van gezag treffen we aan bij de gevestigde populistische Peronistische Partij van de Kirchners in Argentinië en bij nieuw ‘populistisch links’ van Chávez in Venezuela.

Vrije verkiezingen

Alle linkse regeringen zijn vanaf 1998 via vrije verkiezingen aan de macht gekomen. De oude revolutionaire doelstellingen van omverwerping van het kapitalisme en vestiging van het socialisme zijn daarbij verlaten. Linkse kandidaten kregen hun kans door de economische terugslag rond 2000 en doordat in democratieën vrije verkiezingen mogelijk zijn. De hoge prijzen voor grondstoffen en agrarische producten van 2003 tot medio 2008 gaven de regeringen door de hogere exportinkomsten de kans om ook ‘links te regeren’, dus de omstandigheden van het armste deel van de bevolking te verbeteren. Vooral daardoor won links meestal ook de volgende verkiezingen.

Achter zulke globale overeenkomsten gaan grote verschillen schuil. Chili, Uruguay en Brazilië kennen al oudere linkse partijen. Mede door hun ervaring met de repressie onder de militaire dictaturen, hebben zij principieel voor democratie gekozen, niet meer alleen als middel om aan de macht te komen maar ook als doel op zich zelf. Ze hebben meegewerkt aan het opbouwen van nieuwe democratieën en zijn onderdeel van de gevestigde politiek geworden. Toen ze de verkiezingen wonnen, verkeerden hun landen niet in een economische of politieke crisis. De nieuwe presidenten lieten geen nieuwe grondwetten in plebiscieten aannemen, maar werkten vooral aan versterking van de sociale correcties op het neoliberale economische model. Ze hadden daarbij te maken met politiek verzet van sterke, goed georganiseerde rechtse partijen.

Crisis

In Venezuela, Bolivia en Ecuador was en is dat anders, waarmee de redacteuren eigenlijk terugkeren naar de eerder te simpel bevonden tweedeling. Links won hier tijdens een economische én politieke crisis. Het oude partijstelsel was ingestort, de democratische instituties waren zwak en genoten weinig vertrouwen. Er waren geen belangrijke linkse partijen die via ervaringen met brute dictaturen leerprocessen hadden doorgemaakt. De linkse presidentskandidaten waren buitenstaanders die zich populistisch tegen de gevestigde politiek keerden. Alleen Morales kwam voort uit een sociale beweging of organisatie, bij Chávez was dat veel minder en bij Correa in Ecuador helemaal niet het geval. Deze presidenten begonnen met het bestel te herzien via in referenda goedgekeurde grondwetten. Rechts verzet tegen deze regeringen was meestal zwak of verdeeld. Dat alles stimuleerde radicale taal en radicale maatregelen.
Hoewel in deze landen meer dan in Chili, Brazilië en Uruguay aan de poten van het neoliberale model wordt gezaagd, zien de auteurs nergens een ontwikkeling in klassiek socialistisch richting. Nationalisaties blijven beperkt en ook verder worden de eigendomsverhoudingen nauwelijks aangetast.

Duurzaamheid

Een grote verdienste van dit boek is dat nauwkeurig de maatregelen van de linkse regeringen op sociaal gebied worden beschreven en geanalyseerd, zoals uitkeringen voor de armste inwoners als zij hun kinderen naar school sturen, pensioenen, ziekteverzekeringen, gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs, rechten van werknemers en vakbonden. Op dit gebied is in korte tijd veel gebeurd. Daarbij bestaat grote variëteit, afhankelijk van wat er al was, de beschikbare middelen, de kracht van de rechtse oppositie en het karakter van de regering. De meeste auteurs schatten de duurzaamheid van de hervormingen in Brazilië, Chili, Uruguay en mogelijk Argentinië hoger in dan in de andere landen. Ze hebben een grotere kans overeind te blijven bij economische tegenslag en rechtse verkiezingsoverwinningen. De
eerste drie landen zijn voorzichtiger omgesprongen met het geld uit de exportboom en hebben de nieuwe voorzieningen vastgelegd in wetten die zonder aanzien des persoons of politieke voorkeur als rechten gelden. Voor Venezuela geldt het omgekeerde; de successen van Chávez zijn sterk afhankelijk van de hoge olie-inkomsten en sociaal beleid is vooral gebruikt om op cliëntelistische wijze zijn eigen aanhang te binden en te belonen.

De redacteuren noemen het beleid in Brazilië, Chili en Uruguay sociaal liberaal. Hoewel de intenties sociaaldemocratisch kunnen zijn, blijven de resultaten achter bij wat in West-Europa sociaaldemocratisch wordt genoemd. De Uruguyaanse auteur van het hoofdstuk over zijn land, meent dat daar het etiket sociaaldemocratisch wel van toepassing is. Uruguay is een interessant, wat apart geval. Het kende al vroeg in de 20e eeuw een soort verzorgingsstaat en eind 20e eeuw zijn neoliberale sociale hervormingen minder ver doorgevoerd dan in veel andere landen. Er zijn ook politieke factoren. Terwijl linkse presidenten in Brazilië en Chili moe(s)ten regeren met sterkere coalitiepartners van centrum of zelfs rechts, vormt het linkse Frente Amplio in Uruguay sinds 2005 alleen de regering, steunend op een meerderheid in het parlement en in een nauwe, maar flexibele samenwerking met de sterkste vakbeweging van het continent.  

Kanttekeningen

Natuurlijk blijven ook bij een zo genuanceerd en tamelijk volledig boek kanttekeningen te plaatsen. Door de gehanteerde sociaaleconomische definitie van links blijven belangrijke onderwerpen buiten beschouwing. Wat hebben de linkse regeringen betekend voor de rechten en participatie van vrouwen en voor rechten van homoseksuelen? Hebben ze een beter milieubeleid gevoerd dan hun rechtse voorgangers? In hoeverre bevorderden ze opheldering en berechting van mensenrechtenschendingen van de dictaturen in hun land? Hebben ze een specifiek linkse dimensie weten toe te voegen aan de Latijns-Amerikaanse economische en politieke samenwerking? Allemaal onderwerpen die het beeld van de linkse regeringen completer zouden maken. Wel gaat het boek goed in op de vraag in hoeverre de verschillende linkse regeringen bijdragen aan de versterking of juist de verzwakking van belangrijke elementen van de democratie. 
De redacteuren leggen veel nadruk op de uiteenlopende wegen naar linkse regeringen, de path-dependency-benadering genoemd. Dat is zeer verhelderend, maar deze structurele benadering kan ook te rigide gaan werken. Ook neigen sommige auteurs tot een zekere mate van economisch determinisme bij de verklaring van linkse overwinningen of de inhoud van het beleid. Wel of geen overwinning had echter ook te maken met toeval (bij overwinningen met 51 procent in Uruguay en Chili) of met de persoon van de kandidaat of diens uitgekookte campagne.  

De thema- en landenhoofdstukken zijn zo geschreven dat een lezer, die eerst de algemene inleiding en conclusie heeft gelezen, ze afzonderlijk goed kan volgen. Dat bevordert de toegankelijkheid. Maar wie alles achter elkaar leest, komt daardoor veel herhalingen tegen. De auteurs verwijzen regelmatig naar de inleiding en de conclusie en andere hoofdstukken, sluiten daarbij aan of gaan daarmee in debat.

Dit is een informatief, evenwichtig en verhelderend, kortom zeer waardevol boek over een belangrijk onderwerp. Het behoort zeker tot de tien beste boeken over politiek in Latijns Amerika die ik de afgelopen kwart eeuw heb gelezen.


Steven Levitsky en Kennth M. Roberts (red.), The Resurgence of the Latin American Left.
Baltimore: The John Hopkins University Press, 2011. 480 pag. ISBN 978 1421401102, 24,95 euro.


 
 


Terug