Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Tihá / Troost

Auteur : Mark Weenink

Tihá / Troost

In Tihá / Troost komen drie werelden samen: Suriname,Nederland en India. Dichter Raj Mohan (Suriname, 1962) schept in deze tweetalige bundel een universum van nostalgie, liefde en verscheurdheid tussen culturen. Het eerste deel van de bundel, Troost, bevat gedichten in het Sarnámi (met daarnaast de Nederlandse vertaling), de moedertaal van Hindostanen in Suriname en Nederland. Een aantal van de Sarnámi-gedichten is door de auteur op muziek gezet op zijn cd Daayra. Het tweede deel, Ontwaken, is volledig in het Nederlands.

Het eerste deel Troost is qua thematiek een geheel: ouderdom, dood en liefde sijpelen fragiel uit de dichtregels. In ‘oma’ lezen we over aftakeling op de oude dag: grootmoeder dementeert en is niet meer van deze wereld. Het verval van de vrouw staat tegenover de hulpeloosheid van de familie. In ‘moederlief toch’ vraag je je af of een moeder kinderloos wordt door zelfmoord. De levensdrift ebt langzaam weg in de gedichten ‘leven en dood’ en ‘het wel’. De toon is echter nergens zwaar of depressief. Er is ook leven. In ‘touwtje springen’ is een elfjarig jongetje stiekem verliefd op zijn even oude buurmeisje, met ontluikende borstjes.

Identiteit en de relatie als Hindostaan met Nederland zijn ook belangrijke thema’s. In ‘ik wil’ worstelt de hoofdpersoon met de balans tussen het individu-zijn en deel van de groep, zijn familie, zijn moeder. Hij wordt verscheurd, omdat hij tussen twee culturen inzit, de Nederlandse en de Hindostaanse. Uit ‘dit is jouw stad’, ‘Utrecht’ en ‘Bombay en ik’ spreekt de moeizame relatie door cultuurverschil, het niet kunnen aarden en nostalgie naar een land waar hij niet geboren is maar waar wel zijn wortels liggen: India. In ‘Nederland’ worstelt hij verder; zijn huidskleur is anders, maar Nederland is toch ook zijn land.

Het tweede deel Ontwaken is diverser qua thematiek. Gedichten als ‘de slapende muze’, ‘ochtenddragini’ en ‘ontwaken’ ademen spiritualiteit en wijsheid. Er is ook plaats voor humor, zoals het gedicht ‘integratie’ toont:

“word maar lekker bruin in de zon

word een beetje mij

want er is geen tegenzon

dat ik blank kan worden

een beetje zoals jij”

‘asiel’ heeft weer een heel serieuze teneur. Het inhumane vreemdelingenbeleid wordt gehekeld. Ministers timmeren aan grenzen en verdorde dromen worden voorbij gereden, zoals Mohan het mooi verwoordt. Wat overblijft is vernederde menselijkheid.

In ‘geschiedenis’ komt het (post-)koloniale aspect naar voren, maar ook de passiviteit van de gekoloniseerde:

“de blanke

vertelt mij zijn verhaal

en ik luister

de blanke

vertelt mij mijn verhaal

en ik luister”

 

In ‘fusion’ steekt Mohan als kunstenaar zijn kop op. Met humor en een knipoog bekritiseert hij het Nederlandse cultuursubsidiebeleid, dat betuttelt en verstikt. Voor hem als dichter, kunstenaar staat de eigenheid van cultuur voorop. Echte kunst beroert de ziel en moet niets hebben van “gesubsidieerde draken”.

Mohan eindigt met een grapje in het gedicht ‘expert’. Hij voert zichzelf als zogenaamd befaamd auteur op, over wie critici en deskundingen interessante dingen zeggen. Maar omdat het nog niet zover is, moet hij zelf dan maar een Raj Mohan deskundige zijn.

Raj Mohan, Tihá / Troost, In de Knipscheer, 2011, Haarlem, ISBN 9789062656615, 74 pag., €17,50
 


Terug