Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Víctor Jara. Het lied zingt voort

Prachtig Nederlands boek over linkse Chileense zanger

Auteur : Jan de Kievid
Land : Chili

Víctor Jara. Het lied zingt voort

Een paar jaar geleden zag ik in de Chileense hoofdstad Santiago een paar jongens met gitaren een bus binnenkomen. Zij richtten zich tot de passagiers: “We gaan een paar liederen voor jullie zingen. Dat is belangrijk, want als jullie kinderen en kleinkinderen vragen ‘Wie waren Violeta Parra en Víctor Jara?’, willen jullie toch niet dat jullie geen antwoord kunnen geven.”

Gelukkig zijn Violeta Parra (1917-1967) en Victor Jara (1932-1973) in Chili niet vergeten. In Nederland spant Adrie Huissoon (1956), die naast zijn gewone werk vooral gitarist is en in 1978 kennismaakte met Jara’s muziek, zich in om diens werk bekendheid te geven. Dat doet hij allereerst met een ‘Muzikale vertelling’ (zie onderaan). In mei publiceerde hij tevens als resultaat van zijn jarenlange fascinatie het boek Víctor Jara. Het lied zingt voort.

Huissoon beschrijft in dit boek hoe de zoon van een arme half-horige landarbeider uitgroeide tot één van de belangrijkste zangers en muzikale vernieuwers van Latijns Amerika. Van zijn alcoholische vader die het gezin in de steek liet, kreeg hij niets mee. Wel van zijn moeder Amanda, die vaak optrad als volkszangeres. Er was ook een gitaar in hun armoedige huisje. Na het vertrek van de vader trok Amanda met haar kinderen naar Santiago om in een krottenwijk een bestaan op te bouwen. Víctor deed het goed op school, maar moest zich als zeventienjarige maar zien te redden toen zijn moeder plotseling stierf. Na een tijd je op een priesteropleiding en in militaire dienst sloot hij zich aan bij een universiteitskoor. Daarmee zette Víctor “zijn eerste voorzichtige passen in een voor hem nog onbekende culturele wereld.”

Volksmuziek en strijd

Zijn bijzondere theatrale en muzikale talenten werden vaak door anderen herkend en Victor greep de kansen die hem werden geboden met beide handen aan. Na een tijdje als mimespeler volgde hij toneel- en regieopleidingen. Tot halverwege de jaren zestig trad Víctor meer naar buiten als toneelregisseur dan als musicus. In 1961 ging hij samenwonen met de in Chili werkende Engelse balletdanseres Juan Turner, één van zijn docenten aan de toneelacademie. Hun dochter vernoemden zij naar Víctor’s moeder, Amanda.  

Víctor werd lid van een muziekgroep en deed – in navolging van Violeta Parra – onderzoek in rurale gebieden naar volksmuziek. Net als Violeta verwerkte hij daarvan elementen in zijn eigen muziek en teksten. Geleidelijk werd de bescheiden en wat teruggetrokken Víctor een van de belangrijkste figuren van de losse beweging die La Nueva Canción Chilena (Het Nieuwe Chileense Lied) werd genoemd. Deze musici combineerden traditionele volksmuziek en traditionele instrumenten met teksten over armoede, uitbuiting en strijd voor een rechtvaardiger wereld. Violeta Parra was de ‘moeder’ van de Nueva Canción, waartoe ook haar kinderen Isabel en Ángel en muziekgroepen als Quilapayún en Inti-Illimani behoorden. Als artistiek leider van Quilapayún gaf Víctor de vrolijke, weinig gedisciplineerde jongere studenten een paar jaar een muzikale ‘opvoeding’.

‘Vrije geest’

Musici van de Nueva Canción ondersteunden in 1970 actief de verkiezingscampagne van Salvador Allende, presidentskandidaat van de linkse coalitie Unidad Popular (UP). Al eerder had Víctor zich aangesloten bij de Communistische Partij. Zijn vrouw Joan vreesde aanvankelijk dat de partij zijn leven zou gaan beheersen, maar Víctor overtuigde haar dat hij geen ‘apostel’ of ‘fanaticus’ zou worden. Hij kende armoede uit eigen ervaring en wilde vooral de armen helpen. Leden van een anarchistische rockgroep, waarmee hij samenwerkte, waardeerden Víctor juist om zijn “vrije geest.” Víctor was nieuwsgierig, hij wilde andere soorten muziek leren kennen en experimenteerde met nieuwe muzikale vormen.

In 1969 stopte Víctor met zijn baan als experimenteel en succesvol toneelregisseur om zich helemaal aan muziek en ondersteuning van de Unidad Popular te wijden. Kort daarvoor prees de belangrijkste rechtse krant El Mercurio, die in 1973 fel opriep tot een staatsgreep tegen Allende en daarna de dictatuur door dik en dun steunde, een door Víctor geregisseerd toneelstuk als een “sublieme voorstelling”; het “onwaarschijnlijk hoge niveau” was vooral de verdienste van de regisseur.  

Allende won de verkiezingen en dat bood Víctor de mogelijkheid om niet als ‘protestzanger’ op te treden; hij had een hekel aan die term, want hij wilde niet ergens tegen, maar juist vóór zijn. Nu kon hij muzikaal en politiek bijdragen aan het opbouwen van een rechtvaardiger samenleving: als zanger én als een soort cultureel ambassadeur van Allende’s  ‘Chileense weg naar het socialisme’. Helaas kwam daar abrupt een einde aan met de staatsgreep van generaal Pinochet op 11 september 1973, het begin van de tot 1990 durende militaire dictatuur.

‘Wij zijn hier met vijfduizend’

Bij de staatsgreep eindigt het door Huissoon geschreven verhaal over Víctor. Daarin zijn in citaten veel verhalen van anderen over Victor opgenomen en is veel gebruik gemaakt van Victor Jara. Een onvoltooid leven, het boek van Víctor’s weduwe Joan Jara dat in 1983 in het Nederlands verscheen.

Het laatste deel van het boek bestaat vrijwel geheel uit getuigenissen. Onder ‘Een moord’ komen Joan Jara en mensen die Víctor de laatste dagen van zijn leven hebben meegemaakt aan het woord. Hij werd opgepakt, gemarteld en op 16 september vermoord in het als concentratiekamp ingerichte kleine Stadion van Chili. Vlak voor zijn dood slaagde Víctor er nog in het indrukwekkende lied Wij zijn hier met vijfduizend op vodjes papier te schrijven en door te geven. De tekst staat in het Spaans en Nederlands in het boek. Via deze getuigenissen ontstaat een aangrijpend beeld dat je als lezer niet gauw vergeet.   

Hierna volgen als ‘Epiloog’ terugblikken op en herinneringen aan Víctor. Daarna worden de eindeloze pogingen beschreven van vooral Joan om de moordenaars voor het gerecht te krijgen. Pas na meer dan veertig jaar is dat - nog maar gedeeltelijk - gelukt. Symbolisch eerherstel was er wel: in 2003 werd het Stadion van Chili omgedoopt tot Víctor Jara Stadion.

Inspiratie en hoop

Het boek sluit af met een internationaal overzicht van de aandacht na 1973 voor Víctor’s werk, getiteld ‘… en het lied zingt voort’, gevolgd door een lijst met literatuur en internetbronnen, een discografie en voetnoten. Bij het overzicht miste ik een belangrijk onderdeel: hoe zong het lied in Chili voort tijdens de dictatuur? Volgens het boek was dat nauwelijks het geval: “In het Chili van Pinochet bleef de muziek van Víctor Jara zeventien jaar lang verboden. Zijn muziek was nergens te koop en werd niet gedraaid op de radio.” Gelukkig geeft dat een onjuist beeld. Ook dictaturen kunnen niet alles controleren. Na de extreem repressieve beginjaren veroverden muziekgroepen weer wat ruimte. Muziek van Víctor, Violeta Parra en anderen werd op cassettes doorgegeven en gekopieerd. In kleine, clandestiene, maar geleidelijk steeds grotere en opener bijeenkomsten werden hun liederen ook gezongen. In die zware tijden gaf deze muziek inspiratie en hoop. In 1981 werd de importeur van achthonderd cassettes met liederen van Víctor kort vastgehouden, maar een half jaar later werd de aanklacht ingetrokken. In 1982 waren zulke cassettes in Santiago al openlijk te koop. Vanaf het begin van de grote protesten tegen de dictatuur in 1983 werd de feitelijke ruimte – ondanks officiële verboden – steeds groter.

Het belang van Inti-Illimani en Quilapayún bij het voort laten zingen van Víctor wordt terecht genoemd, maar helaas niet verbonden aan de massale ballingschap van een kwart miljoen Chilenen. Die muziekgroepen leefden in ballingschap. Zij en andere ballingen hielden de liederen van Víctor levend. Het jarenlang bestaande Festival Latijns-Amerikaanse Muziek in Utrecht begon in 1981 niet toevallig als Víctor Jara Festival. 

Zo valt er nog wel meer detailkritiek te leveren, zoals soms bij beschrijvingen van de politieke context, maar dat doet geen afbreuk aan het over het algemeen juiste beeld. Gelukkig zet de wat opgeklopte tekst op de achterflap over de betekenis van Víctor niet de toon in het boek zelf. Jammer is dat we over hoe Huissoon gefascineerd raakte door Víctor de website moeten raadplegen. Dat had als mooie introductie een plaats in het boek verdiend.  

Zulke kwesties nemen niet weg dat het prachtig boek is, waarvan je echt iets wijzer wordt over het bijzondere leven en de veel te vroege dood van Víctor. Het boek is mooi uitgegeven, in groot formaat, met speciaal voor dit boek gemaakte tekeningen. We kunnen ook blij zijn dat veel teksten van liederen zijn opgenomen in het Spaans, met Nederlandse vertaling. Het boek is een indrukwekkend eerbetoon aan deze Chileense musicus en strijder voor sociale rechtvaardigheid.

Adrie Huissoon, Victor Jara. Het lied zingt voort. Uitgave in eigen beheer. 2017. 275 pag.  Voorwoord van Harry Sacksioni. Info: www.victorjara.nl. Bestellen:

-Mail met je naam, adres en woonplaats, naar: info@meeinzee.nl.

-Overmaken van € 36,- (inclusief verzendkosten) naar NL37 INGB 0004 2945 14.

Muzikale vertelling ‘Het lied zingt voort’. Liederen, leven en land van Víctor Jara. Uitgevoerd door Natalia Rogalski, Marco Santos en Adrie Huissoon.

Recensie gepubliceerd op 29 juni 2017


Terug